is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brouhahii, m. verward geschreeuw, gedruisch: faire uil hoera, hoezee roepen.

Ilroui, m. blaaspijp der glasblazers en emailleerders, v.

Brouillmniiii, m. fam. verwarring, v.; mengelmoes; soort van boluspleister voor de paarden, v. , . •

Rrouil lard. a. papier —, vloeipapier, buvard); — lard, m. mist, nevel, m.; il l»|' du —, het mist: fam. une créaiice liypotlieiniée sur Ie» -s de la rivière, eene zeer onzekere schuldvordering; fig. ètre dan» Ie»

—s, aronKen zijn; —, niauuucn vv<1"

-liiHse. f. lijne, dunne nevel, m.; motregen, m.; — lasser. v. n. motregenen, motten; —Ie. f. fam. oneenigheid, v.; twist, m.; vlotgras; Ie, a. «rul» —Ié», geroerde, geklutste eieren;

• .1 f „.."..ir» monffpli n C. V'

— leilieilf, m. mm. vet wan mg, .

— Ier, v. a. vermengen, onder elkander mengen of roeren; doorschudden; fig. verwarren; oneenig maken, onlust verwekken; — les eartps, de kaarten in de war brengen; lig. tweedracht brengen, den vrede verstoren; — une nerrure, een slot verdraaien; v. n. alles onder elkander werpen of mengen; fig. verward praten; me—, v. pr. in verwarring geraken, zich vergissen; broeien (van het weder), betrekken (van de lacht); fig. de vriendschap met iemand breken; mp — avee la justice, het met de justitie te kwaad krijgen; -lerie, f. verwarring, oneenigheid, v.; strijd, twist, m.; —Ion. 01111e, a. twistmakend, verwarrend, onlustwekkend; —Ion. m. «mie, f., esprit —, wargeest, twiststoker,

_ . ■ nnturpm r.nnnent:

enz.; — iuh, m. cwow »*Ti i

kladboek; klad, ruw opstel; en —, in t klad; -loniier, v. a. ontwerpen, vluchtig opstellen,

111 W K1UU ACbiCll. -

Brouir, v. a. bloesems en knoppen, aoor

l il i nescn.iuigu, tcu^cii vviii «v-

Broiiis||sure, f. schade, welke door den rijp en de zon aan het gewas wordt toegebracht, v. Broussailles, f. pi- struiken, m.; kreupel-

boscn: naroe en —, geKinpie siuppcuaaiu, .... lig. s'écliapper par Ie» —, zich uit eene moei-

niKe zauK reuucu iuu „ucu

Brousse, f. soort kaas; met dicht struikgewas bedekte ruimte.

i> •.. .v-, i,.-..,*;» iiitupjs nn ripn stam

nruunniii, ut. iiuutift -

of de takken van sommige boomen; — d eraoie,

UllWUfe iUXU CCII «IUWI1I.

Brout. (pr. brou), m. jonge loot, v. (van

,l« -»ioUto hii rliprpn. die Ont-

lld ft IIUU l f , IIIHI «r , vr.j — 1

staat door het afvreten van het jonge groen der

noomen.

*»_ O kl'.toH Hl'lklltailtPM

nmu mui, nmt, a. ■« . . i„ —. ««.. „ a ot n afwpiden.

luuiemuue uictcu, —ici, ». «• ••• — ' ♦««««« Aar l/lpinp takken

umieii, grasou; uo uuppoi» „ ,

afbreken of afsnijden; —tilles, f. pl. afgehouwen takken voor brandhout, m.: fig. fam. vodderijen, v.

Broyage, m. het wrijven van verf; vlasbraak, v.

Broilye, f. vlas- of hennepbraak, v.; —einent, f. wrijving van kleuren enz., v.; — yer, v. a. (gothique brikan, rompre) malen, wrijven stampen; — la inaiii a qn., iem. te stijf de hand drukken; fig. — du nolr, alles donker inzien; —yeur, m. wrijver (van kleuren), m.; hennepbraker, m.; — yon, m. wrijfsteen, looper (van schilders en drukkers), m.

Bru, f. schoondochter.

Brnant, m. groene vlasvink, geelvink, m.

Brticelles, f. pl. klein tangetje met veeren, (der horlogemakers).

Bruehe, m. zaadkever, m.

Brugnon, m. soort van perzik, v.

f lïlnu etAtVoiTPn m • —IK' i>p. :l.

ui iii || «■«-. 1. iijuv, --- ? -—1 ~~i

door een fijnen stofregen beschadigd: —ner,

v. imp. sioiregenen, iiiutic^cuoii.

Bruir, v. a. — une étoffe, den wasem van heet water in stoffen laten trekken.

Bruire, v. n. tieren, razen, bruisen, gonzen; faire— ses fiiMeaux, lett. zijne klossen laten ruischen (bij 't spinnen); fig. veel gedruisch maken, veel*van zich laten hooren in de wereld.

Bruisiner, v. a. het mout grof malen.

Bruissaut, e, a. bruisend, ruischend.

Briiisseinent, m. het bruisen, het suizen, het ruischen; — d'oreilles, gesuis in 't oor.

nrmi, i". gciuiu, guacv3,ötuiuwv..v»»., maardheid, v.; roem, naam, m.; gerucht; strijd,

j....:»* . I.. ii.iiiw.rru lipt iTPratfl V.H1

LWlsi, upiuu|j , ir — ut* . i.,

den donder; — de uier, geruisch (in schelpen);

■ _ .1.. ........ Kat l/onnnrrohiilifpf — (lil

ie (iii ihiiwii, "cl. nauuil6vvu.v.v. ,

tamhour, tromgeroffel; un — court que...., '♦ innnt H it • un — «nurd. een ge¬

mompel; il en est grand — dans Ie moit.le,

ieder heeft er den mond vol van; loc. fam.

laire pui» uc — *|m*- «c uro,»Bi.v,

schreeuw en weinig wol; tant de — jiour une vnnvppl drukte om niets: » netit—.

in alle stilte.

Brn lable. a. verDranaoaar; — lage, m. net afbranden van verdroogd gras; — lant, ante, a. brandend, driftig; une question — lante, een teer, moeilijk te behandelen vraagstuk; fig. inarelier sur un terrain —lant, zich op

(„iM.nin liaurprrpn • — i*». pp. :i.

een ^ev»amjiv. ituciu w■>i ' —

verbrand, verzengd; vin -, warme wijn met specerijen enz , m.; cerveau —, m., tète —e, f„ heethoofd; —Ié. m. iets, dat aangebrand

• i i; — nf crno.il/ m> oatip hiiiiiip

is; UrilIlUl^C ICUft VF1 oiuuun, »»»., VV..^ ""-r-

sent Ie —, die soep ruikt aangebrand; fig. une personne cini sent Ie —, een verdacht per-

1 I.. k«..i m nrnnitprtip^hinpt hl'l'll**-

soüu; - ic-uwui, .

touOi —legueule, m. pop. neuswarmertie, (kort eindje pijp); pl. de» brnle-gueule; —le-

inent, m. verbranding; brandstichting, v.; -Ie-

...i,. <uur nn.1 Hp trnmn

pOlli p"IIH, tlUV IIICl <■ , M"*M , . ~ r

op de borst zetten, van zeer dichtbij schieten; (lire nrli. a qn. ii —, iemand iets in 't gezicht zeggen; —Ier, v. a. verbranden, in brand steken, branden; lig. sterk verhitten; ontsteken, ontvonken; — la cervelle a qn., iemand een' kogel door den kop jagen; — la polite»se a qn., iem. verlaten zonder hem goeden dag te zeggen; - Ie» plnnrtie», met vuur spelen (van een tooneelspeler); — Ie pavé, zeer hard op de straat rijden; — un Rite. une etape,

.o.. Qo.io r»rnvinnr1nlant.s voorhll

een iiatuiRwoiuoi, f*^• * r- -j

gaan, zonder zich op te houden; sans — une amorce, zonder één schot te doen; v. n. branden, verbrand worden, zeer heet zijn; fig. branden (van begeerte) enz.; Ie tapi» brille, er moet nog ingezet worden (bij 't spel); fam. Ie torclion brule, er is hevige twist (tusschen man en vrouw); Ie» pied» lui brCllpnt, hij brandt van verlangen, heen te gaan; — a peti» lén, in vergeefscb verlangen versmachten; Se hruler. v. pr. zich branden, zich verbranden;

—lerie, f. branderij, v.; le-tou», m. zuinigje,

protijtertje, (van een kaars); pl. de» biïiletout; —leur, m. brander; gasbrander; — de nialHon», de Krimpe», brandstichter; —II», m. afgebrand stuk bosch of heide; —loir, m. (vroeger:) de plaats waar de ketters verbrand werden, v.; koffiebrander, m.; trommel om