is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het tellen van geld), m.; voordeel; — rond, rond getal; rendre —, rekening doen, rekenschap geven; rcgler »e» — h avec qn.. met iem. afrekenen; — rendii, verslag; iiicttrc, faire entrer en ligne de —, in rekening brengen; laire non — «Ie. denken, hopen; tenir — de

vcci van ïtjis nouaen; icnir — u qn. de qch.. iem. dankbaar zijn voor iets;

«t-iiuit- «I immi —, gucuKQop verKoopen; au — de qn.. volgens de wijze van rekenen van iemand; dre»Her uil —, eene rekening opmaken; — de f'rais, onkosten-rekening; — »imu?c. gefingeerde rekening; a —, in mindering, op afrekening; mi a-—, eene op rekening, in mindering betaalde som; iets op afkorting; ètre de — a demi avec qn., winst en verlies met iem. gelijkelijk deelen; avoir 1111 — ouvert, mi — courant rliez mi baiiquier, eene open rekening bij een bankier liebben; — courant, rekening-courant; n'eii tenir —, niet achten, niet rekenen; ctrc de liou —, fam. nauwkeurig en eerlijk in zijne rekening zijn, beoordeelen; au bout du —, eindelijk, alles wel ingezien of overwogen; Ich Iioiih — » font Ie» bonsami», eiren rekeningen maken goede vrienden; donuer hou — a 1111 doincHtique, een bediende zijn loon uitbetalen en hem wegzenden; il a hij heeft zijn verdiende loon; pour iiioii —, wat mij betreft; la eour de*

—ub neKeiiKamer; — ve-m». m. draadteller (kleine loupe om de draden van een weefsel te tellen); — te-gouttcM, m. druppelteller, m. (in de apotheek); -te-pa», m. wegmeter, m.; (podonictrc. odométre): —ter(pr. kou-te), v. a. (lat. computare) tellen; rekenen; schatten, achten, waardeeren, betalen; v. n. rekenen, afrekening houden; — hui ..., rekenen op ..., zich verlaten op ...; voornemens zijn, denken; doiuicr »an» —, rijkelijk, overvloedig geven; re coup ue doit 'pan —, deze

—"fei n™, in«»p, met uiucLciieii, i«ini ronipic, fout rahattu, alles wel overwogen.

oiiipiiieur, m. geidteller, rekenaar; — teur, m. teltoestel; houlier —, rekenmachine, v.; — a khz tgazoinctre), gasmeter; — toir, m. toonbank, wisselbank, v.; kantoor, factorij, v.; deiuoinelle, garv<m de —. winkeljuffrouw, winkelbediende; len — h den llollandaiH dan* 'en Inde», de kantoren, factorijen der Hollanders in de Oost.

Computer. v. a. zich eene acte enz. gerechtelijk doen vertoonen; papieren, boeken nazien, naslaan, doorsnuffelen; — neur, m. doorsnuffelaar van boeken of papieren; —nioii, f.dwang, m.; — Hoire. m. gerechtelijk bevel om deze of

Jjnpicicu tn veiiuuilöll.

* ompu r, (pr. pure), m. uitrekening van de veranderlijke feestdagen, kalenderberekening, v.; —hition. f. tijdberekening voor den almanak; —tiHte, m. berekenaar van den kerkelijken almanak.

C'omlltal,ale.a.grafelijk; -tat, m.graafschap; —te, m. (lat. co mes, comitis, compagnon) graaf; — fc, m. graafschap; —tcMne, f. gravin.

CoiiftHlIaiérc, f. vingerling aan het roer, m.; oog, waarmede het anker aan den achtersteven gehecht is.

Couenmératiou, f. (lat. concameratio, votite) welving van een boog; wijdte van den boog van een geluidsgolf, v.

< onean || nat ion. f. verbrijzeling, kneuzing, v.; —Her, v. a. kneuzen, half verbrijzelen; —neur. m. stampmolen, breekmolen, m!

Coneatenatioii, f. aaneenschakeling, v.; verband.

Conca||ve, a. (lat. concavus) hol, holrond; miroir —, brandspiegel; verre —, holle lens; —vitc, f. ronde holte, rond uitgeholde vlakte, v.

Concéder, v. a. (lat. concedere) inwilligen, toestaan, verleenen; je vouh eoueèile que j'ai eu fort, ik geef u toe dat ik ongelijk heb gehad.

C'oiicelcbrer, v. a. medevieren.

loiieeil II tra bic. a. wat. zir.il in npn mirirlol.

punt laat samentrekken; — tralination, f. vereeniging in één punt, centralisatie; — tration, f. vereeniging, samendringing naar het middelpunt, dichte vermenging en vereeniging, v.;

—tré. ée. a. in nnn nnnt. sampinrpilmnrrnn'

alcool —, watervrije alcohol; fig. uu Iioiiiiih—, iemand met een gesloten karakter; in zich zelf gekeerd mensch; — tier. v. a. (pref. con et centre) naar binnen drijven; op één punt samentrekken; fig. terughouden eene drift); hc —, ou ètre conceiitrc en Hoi-mèuie, in zich zeiven gekeerd zijn; — trique, a.éénmiddelpuntig; eenzelfde middelpunt hebbend, concentrisch.

Concepllt (pr. eê-pte), m. (lat. conceptus, conru) denkbeeld, begrip; —tibilité. f. begrijpelijkheid. v.; —tihle, a. begrijpelijk; —tif, ive, a. vatbaar, vlug van begrip'; —tiou, f. (lat. conceptio; de concipere, concevoir) ontvangenis, v.; fig. bevatting, v.; vermogen om iets te besrÜDen. hfiDTiiv l*imi»i;t<>iii<>«> <io

onbevlekte ontvangenis (van Maria); avoir la — facile, leute, vlug, traag van begrip zijn; —tive, f. facultc —, vatbaarheid om te be¬

grijpen, v.

Concernnaut. prép. rakende, betreffend»—uer, v. a.(lat. concemere) raken, betreffen, aangaan.

('oncerilt, m. harmonie van stemmen en van speeltuigen, v.; concert; lig. overeenstemming, overeenkomst, v., «gir de — avec qu.. in overeenstemming met iem. handelen; — hint, ante, a. concerteerend; inusique —ante, muziek met afwisselend boven de andere klinkende stemmen; s. m. et f.concertzanger,-zangere?;

— te. ee. a. VOOrbfirinr.ht.. nvnrwnrroii • (i<r mt-

dwon^en, gemaakt; — ter. V. ft. pon mir/inl^etnl/

gemeenschappelijk instudeeren; fig. beramen, overleggen; v. n. een concert houden; hc —, v. pr. met elkander afspreken, overleggen, raadplegen; —to, m. concert; muziekstuk, voor een instrument met orchestbegeleiding; pl. <le» concerto».

< oiicph|hIoii, f. vergunning, bewilliging, yerleening, toelating, v.; afgestaan stuk land in eene kolonie; inruiming, concessie, v.; — Hionnaiie. m. et f. hij of zij, aan wien iets bewilligd of verleend is, concessionnaris; —, a. door concessie verkregen.

C Olicetti. m. lil. (mot italion) srhiiriliii.-ii'

geestige invallen of zetten, m.

C'onceilvable, a. begrijpelijk, bevattelijk; — *oir. v.a.(lat. concipere) ontvangen,zwanger worden van...; fig. begrijpen, bevatten; verzinnen, bedenken; opvatten; uitdrukken: — iiii projet, een plan uitdenken; — de 1'efipcrance, hoop opvatten; hp —, begrepen worden; uitgedacht worden.

C'on ||che, f. tweede verlaatbak in zoutvyvers, v.; —cliiforine. a. schelpvormig; —chilè, (pr. kile) a. f. ligue —, gebogen lijn, v.; — cliite», (pr. ki), f. pl. schelpversteeningen, v.

Ion c lioï ||dal, e, (pr. ko), a. schelpvormig: —de (pr. ko), f. halve-maanslijn, v,