is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze, ontwijkend; —«ure, f. wijde opening, v.

Kve, f. Eva, v.; fille d*-, eene vrouw als andere, d. i. nieuwsgierig.

Kvè||clie, m. (rad. évèque) bisdom, sticht; bisschoppelijke waardigheid, v.; zetel van een bisschop, mi, paleis van een bisschop: — eliesue, f. vrouw, in de eerste Christenkerk met zekere waardigheid bekleed.

Kvpction, f. evectie (grootste der schijnbare on regel matigheden van den loop der maan om de aarde), v.

ïiVeil, m. waarschuwing, v.; wenk, m.; dunner , een wenk geven, waarschuwen; ètre «n —. on ziin hoede zijn.

Kveilllé, ée, a. vroolijk, lustig, opgeruimd, levendig; ijverig, oplettend; m. vroolijke snaak; «elite — ée, klein vroolijk meisje; — Ier, v. a. dat. evigilare, s'éveiller) wekken,opwekken; lij?, vroolijk maken; , V. pr. ontwaken; —leur, m. wekker, m.

I'ivi'liement, m. gebeurtenis, v.; voorval; faire —, opzien baren; n tuut —, wat er ook irebeure.

Kvent, m. het blootstellen aan de lucht;

r— t« luchten lesuren of hangen;

dunner de I*— a ui» tuniieau, oen vat luchten, het zwikgat open maken; lig. tète a P—, onbezonnen, lichtzinnig mensch; —, verschaaldheid, nlulligheid, v.; slechte reuk of smaak, m.; nei»lir I'—, muffig smaken, rieken; verslagen zijn (van wijn); —, speelruimte van den kogel in den mond van een stuk geschut, v.; luchtbuis, v.; luchtgat; luchtgaten, spuitgaten der cetaceeën (walvischachtige dieren).

KvenHtnil, m. waaier, m.; uil - qul.|uue bien. een waaier, die goed open en toe gaat; f*ii —. waaiervormig uesnoeid (v. boo-

nien); —, windmaker in eene kamer; waaier■v..i.i<ariatnnl? naliiiicr en —. waaierualm; —

de rurnet, waaiertje van gewone zijde op corsetten (om de baleinen vast te houden); —tailleuae, f. vrouw (of meisje) die waaiertjes van zij op corsetten maakt; — tuillier, m. ière, f. —taillmte. m. et f. waaierkooper, koopman in waaiers; waaiermaker; waaierschilder, liventaire, m. vruchtmandje of korfje.

iiVentyté, ée, a. verschaald, verslagen; fig. lichtzinnig; —te, f. kaarsenkistje; — teineiit, m. Inplitirirrr vprkonlinDT door een waaier; verscha¬

ling; —ter, v. a. met een waaier bewaaien, lucht toewaaien; te luchten hangen, luchten, uitluchten; laten verschalen, van kracht berooven (door aan de lucht bloot te stellen); de lucht van het wild in den neus krijgen (van honden); — un piêge, een strik van den kwaden reuk bevrijden; — une vuile, een zeil volbrasscn, ten windvangstellen; — la quille, >ii> l- ii'i hnvp.i w.itpr wiiiiltMi. uitwinden . — une

mine, eene mijn door eene zijgang onbruikbaar maken, uitblazen; fig. — la mine, la nièclie, een toeleg ontdekken (en verijdelen); — un Horret, een gebeim ontdekken; , v. pr. wind (mot non wniiior on7.i maken om zich te ver¬

koelen; verslaan, verschalen: in de open lucht bederven; ontdekt (en verijdeld) worden; — teut', ui. luchtgever; snulTelaar, verijdelaar; — tiller. v. n. et «*—, zich schudden onder het vliegen; —tuir, m. vuurwaaier, m.; luchtopening, v.

Kventrer, v. a. (ex et ventre) het ingewand

uithalen, ontweien; den buik opensnijden, openscheuren; , v. pr. fam. zich den buik opensnijden; zich eene breuk schreeuwen; - un paté, eene pastei aansnijden; — une vuile, den buik van een zeil opensnijden (bij noodweer).

ltventuflAlité, f. gebeurlijkheid, v : mogelijk geval; —el, elle, a. (lat. eventus, événement) toevallig, onzeker, gebeurlijk, eventueel; traitenieiit —, ou —, m. onzeker gedeelte van 't inkomen (b.v. examen- en college-gelden); —elieinent, adv. op eene toevallige, onzekere wijze, gebeurlijkerwijze.

Kventure, f. berst, scheur in een geweerloop, v.

Kvèque, m. (gr. episcopos; de epi, sur et skopeó, j'observe) bisschop; — in partibim (inlldeliiiui), bisschop, aan wien de paus een bisdom gegeven heeft in een land. dat nog in de macht van ongeloovigen is; prov. »e debattre, diaputer de la eliape a I -, om 's keizers baard twisten; devenir d*— mennier, aan lager wal geraken; unrliien reganle bien un —, een kat ziet den keizer wel aan (tot iem. die 't kwalijk neemt dat men hem «aanziet); buunet d"—, bisschopsmuts, v.; kleine bovenste loge (in een schouwburg).

Kverrer, Kvérer, v.a. (rad. ver)(eenhond) van den worm snijden.

Kverllsif, ive, a. omverwerpend, verwoes¬

tend; —sittl», f. omkeenng, verwoesting, v.

Kvertuer <»*>, v. pr. zijn best doen, zich be¬

vlijtigen.

Kveux. enne. a. (lat. aquosus) terrain —,

grond die het water behoudt en als slijk

wordt, m.

Kvirtiun, f. gerechtelijke ontzetting uit het bezit, evictie, v.

KviHdage, m. het uitsnijden, uithollen, uitronden; — dement, m. uitholling, uitronding, v.

Kvifldemment,adv.klaarblijkelijk; duidelijk, onbetwistbaar; — denee, f. (lat. evidentia) klaarblijkelijkheid, openbare zekerheid, v.; ètre de teute —, glashelder zijn; meltre en —, helder aantoonen: Ie temp» mettra *uut en —, de tijd zal alles leeren; »e reiidre a I -, zich laten overtuigen; — dent, ente, a. (lat. ev idens; de videre, voir) klaarblijkelijk, duide¬

lijk, Kiaar, openo«wr.

Kvi||der, v. a. (rad. vide) rond uitsnijden, uithollen; het stijfsel uitwrijven; —deur, m. steenboor, v.; —duir, m. werktuig om uit te hollen.

Kvier, m. gootsteen, m.

Kvineemeitt, m. verdringing, v.; —eer, v. a. (lat. evincere; de vincere, vaincre) gerechtelijk uit het bezit van een goed stooten, onteigenen; fig. den voet lichten, verdringen.

Évlration, f. ontmanning, v.

i'jviütable. a. ontwijkbaar, te vei mijden; —tage, m. het zwaaien of draaien van een schip om zijn anker; —tee, f. wijdte van de vaart oener rivier; ruimte tusschen de gean¬

kerde schepen om te kunnen wenden, y.: —teinent. m. vermijding, v.; gare» d'—, wis1 selsporen; -ter, v. a. (lat. evitare) mijden, ! vermijden, ontwijken; v. n. zwaaien,omzwaaien | (van een schip); — au vent, op den wind