is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<le —, zeebaden; port de —. zeehaven; homnie de ~~ï zeeman; ecumeur de —, zeeschuimer; yoyage de —, zeereis; inettre en —, a la —,

in zee loopen, steken; grosse —, zware zee, v.; courir les —8, op zee omzwerven, kruisen; coup de —, stortzee; fig. la — a bolre, fam. eindeloos werk; ce n'est pas la - a boire, zoo moeilijk is het niet; fig. labourer la —, vergeefsche moeite doen; 1111 homilie a la —, een man overboord; fig. een man, wiens toekomst verloren is; inettre un canot a la —, eene sloep uitzetten; saus eau, waterlooze zee, woestijn, v.; — de glacé, groote gletscher (in 't bijzonder op den Montblanc).

MercanIItile. a. (lat. mercari, faire le commerce) handeldrijvend, den koophandel toe-

uaiiuc» ..enpru —, nanaeisgeest; tilement, adv. naar Koopmanswijs, volgens de gebruiken van den handel; — tilisme, m. mercantilisme, neiging om alle volksbelangen aan die des handels dienstbaar te maken; overdreven handelsgeest, m.; f-tille, f. kramerii, koopmanschap van geringe waarde, v.

Mercator, m. cartes (en projection) de

—, geographische kaarten, in Mercators projectie, v. r Mercelot, m. fam. kramertje, winkeliertje. Mercenai||re, a. (lat. mercenarius; de merx, marchandise); dat om winst of om loon geschiedt; baatzoekend, baatzuchtig; tra— 9 loonarbeid, m.; troupes —s, huurtroepen, m.; —, fig. loondienaar; huurling, huurwijze^' "~renie11'' adv* °P baatzuchtige, lage

Mercerie, f. (lat. merx, marchandise) kramenj, v. (winkel van kleine goedkoope voor-

wurnan irnn» A .■» -.«1: :i u -i.x '

.""'^'1 u«»6ciijR»cu geuruiK; garen- en

bandwinkel, m.

Merci, f. genade, barmhartigheid, v.; étre a la — de qn., in iemands macht zijn, aan iemands willekeur zijn overgeleverd; se rendre •* zich op genade of ongenade overgeven; a la — des vents et des flots, prijsgegeven

Jisin WinH o» rrAlimn .

- , —, in. uuuKzegging, v.

dank, m.; grand -, fam. ik bedank u; crier —, om genade, barmhartigheid roepen; Dieu —, God dank.

Mercier, m. ière, f. kramer; verkooper. -koopster van garen en band.

Merciologie, f. warenkennis, v.

Mercredi, m. (lat. Mercurii dies, jour de Mercure) Woensdag, m.; le — des tendres. Aschdag, m. (eerste dag der vasten).

Mercuflre, m. (lat. Mercurius, Mercure dieu des marchands) .Mercurius, m. (planeet); kwik of kwikzilver; -riale, (vroeger:) vergade-

. ...e «parlementen) aen

eersten Woensdag na de vacantie, en de bij die gelegenheid door den president gehouden redevoering, v.; (thans:) rede van den procureurgeneraal bij de hervatting der rechtszittingen, v.: fig. bestraffing, doorhaling, v.; fig. on lui a fait une rude—, men heeft hem duchtig doorgehaald; —, marktbericht; bingelkruid; — riel, elle, a. kwikhoudend, kwikachtig; door kwikzilver veroorzaakt; -riflcatioii, f. het bereiden van het kwikzilver.

Merdaille, f. fam. hoop kleine lastige kinderen. m.; klein grut.

nieriiae, i. (mot bas) stront van menschen en dieren), m.; couleur de — d'oie, geelgroene kleur, v.; —! loop naar den duivel! — du uiable, assa foetida, duivelsdrek, m. (in de

apotheek; —deux, euse, a. drekkig, drekachtlg; m. et f. minne kerel, min wijf; kwajongen.

Mi're,f.(lat. mater) moeder; lespéreet —, de ouders; belle —, schoonmoeder; grand'—, grootmoeder; mal de —, moederkwaal, v.: les contes de ina — l'oie, de sprookjes van Moeder de Gans; — abeille, bijenkoningin; — abbesse, moeder abdis; fam. la inère! hé, moedertje, vrouwtje! la - patrie, het moederland: — perle, moederparel, v. (groote pareloester met vele parels); — branche, f. moedertronk, m.: Idee —. cro n dc-pdarht« v • lumrnu

taal, v.; moedertaal, v.; eau —, moederloog, v: —• a. (lat. mems. nnr) xhivap. prhf» <r/.

voorloop, m.; — laine. beste of rugwol, v. (van een schaap).

Mérelle, Marelle, f. hinkebaan, v. (kinderspel); molenspel (op 't dambord).

Mcri||dien, in. (lat. meridianus; de meridies, midi) middaglijn, v.; middagkring: meridiaan, m.; zonnewijzer, welks wijzer in het vlak van den meridiaan ligt, m.; —dien, enne. a. (lat. meridies, midi) tot den middag behoorend, middag....; —dienne. f. middagrust, v., middagslaapje; ruststoel, waarin men zijn middagdutje doet, m.; middagslijn, v.; — dional «Ie. a. (lat. meridies, midi) zuidelijk; un Meridional, une —le, een bewoner, eene bewoonster van Zuid-Frankrijk.

Hierin||gue, f. — (a la crème), gebakje van eiwit en suikerpoeder, meringe, v.; —gué, ée, a. poinmes —guées, met meringe bedekte appelsneetjes.

Mérinos, (pr. noce), m. merino, m. schaap van Spaansch ras; merinos, de stof uit de mennowol vervaardigd.

Merillse, f. kriek, vogelkers, v.: -sier, m. knekeboom, m.

Mériütant. ft. fllP. vppl vorrlioncton kanl't

verdienstelijk; — (e, m. verdienste, verdienstelijkheid, v.; se faire un — de <|cli., zich ergens op beroemen; le beau — de..., iets moois om ... (ironisch); -ter, v.a. (lat. mereo, meritum) verdienen; cela mérite examen, eonlirniation, dat moet bevestigd worden; se* services lui ont mérité vette place, zijne diensten hebben hem deze betrekking bezorgt!: bien — de qch., v.n. zich ergens in verdienstelijk maken; il a bien mérité de sa patrie. hij heeft zich jegens zijn vaderland verdienstelijk gemaakt; se —, v. pr. verdiend worden: se — I un l'autre, elkander waard zijn; —toire, a. verdienstelijk; —toirement, adv. op verdienstelijke wijze.

Merlan, m. wijting, m. soort van schelvisch, m.; — bleu, makreel, m.; —, pruikenmaker, kapper; kappersjongen.

Merle, m. (lat. merula) meerle, v.; fig. un — i"»110' een zeer zeldzaam mensch, eene zeer zeldzame zaak; vilain —, fam. onaangenaam mensch; Ou —, looze vos.

Merleau, Merlot, m. jonge meerle, v. Merlette, f. meerit je; wijfjeslijster, v. Mcrlill. m. marinier m-iri;;.. „««,1:— ...

(twee- of driedraadsch touw):' kloofbiil voor hout, v. J

Merline, f. klein vogelorgel.

Merliner, v. a. marlea, touwen met de rabanden vastmaken (op schepen).

Merlon, m. borstwering tusschen twee schietgaten, v.

Merluehe, f. stokvisch, m.: gedroogde kabeljauw, m.