Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jouriiaux a domieile, het brood, de kranten 'rondbrengen; — bas l'oreille, de ooren laten hangen (van honden, paarden); — uil artiele sur uil livre de eompte, een post boeken; — mi artiele au debit, au crédit de qu., een post op iemands debet, credit brengen; — «es pas, zijne schreden richten; — ses vues bieu liaut, groote plannen maken; Ie — haut, — Ie nez au vent, zich veel inbeelden i ètre porté pour.geneigd zijn tot; étre porté sur sa bouctae, .illeen aan eten en drinken denken; — intérét, rente opbrengen; — envle a qn., iemand benijden; — laparole, het woord voeren; — une Hanté, een toast uitbrengen, op de gezondheid drinken; ne pas Ie — loin, niet lang vrij loopen, weldra gestraft worden; — témoigiiage, getuii'pnis o-p.ven of sifletrsren: — 1111 iuireiiieilt de (lil.

011 qcli., sur qu. ou qeh., een oordeel over iets of iemand vellen; —, zeilen, sturen; zetten, uitzetten (in het dansen); voeren (in het wapenschild); voortjagen (een paard); een steek of stoot toebrengen (in het schermen); —, v. n. rusten, op iets liggen; dragen, reiken, trelfen; — a (de) fond. op fundamenten rusten; ee reproehe porte sur vous, dat verwijt treft u; ee yin porte a la téte, au eerveau, die wijn stijgt naar 't hoofd; ee fusil porte loin, dat geweer draagt ver; se —, v. pr. zich begeven; zich gedragen, zich houden; se — en avant, voorwaarts gaan; se — candidat. zich candidaat stellen; se — (bien, mal), zich (wel of kwalijk) bevinden, varen; se — aeeusateur, eaution, zich borsr stellen: se — uour nu., iemands

partij kiezen; se — a qcli., tot iets genegen zijn, tot iets besluiten; iets aangrijpen, ondernemen, doen; se — aux derniéres extremités, uiterst gestreng zijn, zich tot uitersten laten vervoeren.

Porter (pr. tér), m. sterk Engelsch bier, porterbier.

Portereau, m. keersluis, soort van kleine sluis met. eene valdeur, v.

Porte-respeet, m. ontzagverwekker, m. (wapen); uiterlijk waardigheidsteeken; heer die eene dame begeleidt.

Porte ||rie, f. portiers vertrek je of huisje; —•tapisserie, m. deurgordijndrager, tapijtendeur, v.; —trait, m. strenglus, v. stuk leder, waaraan de strengen der koetspaarden hangen.

Porteur, m. euse, f. drager, draagster; overbrenger, overbrengster; rondbrenger, -brenster; vertooner of brenger van een wisselbrief, enz.; legger, strekbalk, brugbalk, m.; zadelpaard; postiljonspaard; chaise a —s, draagstoel; — de chaise. draagstoeldrager; la réponse au —, antwoord aan brenger dezes; — d'une lettre <!<> flinnirp. houder van een' wissel: billet

pavable au —, aan toonder betaalbaar briefje.

lvorte-vent, m. windbuis van een orgel of van eene zakpijp, v. blaaspijp, v.; —verge, m. pedel; deurwachter van eene kerk; stafdrager; —voix, m. spreektrompet, v. roeper, scheepsrnp.ner. m.

Portier, m. iére, f. portier, deurwachter, portierster, deurwachtster; —, m. de eerste der vier mindere orden der kloosterbroeders, v.

Portier(-)consigne, m poortwachter (in eene vpstincV

Port iére, f. deur, v. of portier (van eene koets); deurgordijn, voorhangsel van eene deur; —, a. f. vatbaar om drachtig te worden; vaelie —, hrebis —, fokkoe, fokschaap.

Portion, f.deel, aandeel, portie; — rongnie.

f. vast inkomen van een'geestelijke; fig. schrale jaarwedde, v.

Portionlleule, f.klein gedeelte, stukje; —ner, v. a. bij porties verdeelen.

Portique. m. (lat. porticus; de porta, porte) overdekte galerij, v. overwelfde gang, m.; porticus (gymnastiektoestel).

Portland, m. Portlandsche cement.

Porto, m. portwijn, m.

Portor, m. zwart marmer met goudgele aderen.

-j-Portraire, v. a. afschilderen, afmalen; lig. levendig beschrijven.

Portrai||t, m.' beeltenis, v. portret; fig. evenbeeld; beeld, karakterbeeld;*— tlatté, opgesierde, vleiende beeltenis, v.; — parlant, sprekend gelijkend portret; — en pied, portret ten voeten uit; —earte, m. photographie, v. in visitekaartjesfjrmaat; —tiste. m. portretschilder; —ture, f. portret; kunst van portretteeren, v.; livre de —, teekenboek, boek dat over de schilderkunst handelt.

Port-Roval, m. naam van twee kloosters ln de geschiedenis en in de Fransche letterkunde bekend.

Port-Rovaliste. m. lid van Port-Royal.

Portugais, e, a. Portugeesch; m. et f. Portugees, Portugeesche.

Portulacées, f. pl. porseleinsoorten, v. (plantensoort).

roriuian, m. ooeK van ae nggingaer Kusten en zeehavens.

Posage, m. het oprichten, opslaan, stellen van iets; het loon daarvoor.

Pose, f. het zetten, leggen, stellen; eerste aanzet (in het dominospel); nachtschildwacht, v.; stand, m. houding, stelling, v. streven, zucht, v. naar etfect, elfectbejag; la — de la première pierre, het leggen van den eersten steen; une — favorable, eene gunstige houding; salon de —, atelier van den photograaf; a vous la —! u zet voor! (bij 't dominospel).

Posé, ée, a. fig. bedaard, bezadigd, wijs, voorzichtig; liomme bien —, aanzienlijk, invloedrijk man; zie ook Poser.

Posèment, adv. bedaardelijk, langzaam, op bedachtzame, zedige wijze.

Poser, v. a. zetten, stellen, leggen; nederleggen; fig. vooruitstellen, vaststellen; zetten, onderstellen, stellen (in de rekenkunst); éerire

a mam punrt*. langhaam stuiyvcu, min.

faire —, om niet laten wachten; ïl veut me faire —, hij wil mij foppen; eela posé, in die veronderstelling; — une question, eene vraag doen, een vraagstuk voorstellen; —, v. n. — sur qcli., op iets liggen, rusten, zitten; voor een schilder zitten, poseeren; fig. zich eene gekunstelde, gemaakte houding geven; se — en, zich opwerpen als; se — en réformateur, zich als hervormer opwerpen; zie ook Posé.

Poseur, m. zetter, steller, aanbrenger; fig. poseerder, iem. die effectbejag beoogt.

Posi||tif, ive, a. werkelijk, stellig, bepaald; uitdrukkelijk, positief; prozaïsch, practisch;

—lil, ui. Kiem urgei; iibl vouruigci, puoiuci, hcv

materiëele, stoffelijke: stellende trap van een bijvoeglijk naamwoord, m. positivus; — tion, f. stand, m. gelegenheid, positie, v.; stelling, grondstelling, v; — tivenieiit, adv. stellig; uitdrukkelijk; —tivisine, m. positieve of stellige wijsbegeerte, v.; — tiviste, m. aanhanger der stellige wijsbegeerte.

f Pospol ite, f.opontbod van den Poolschen adel.

Sluiten