Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Posaeldr, », part. et a. bezeten: m. bezetene; -der. v. a. bezitten, hebben, genieten: *** v. pr. meester van zich zeiven zijn, zich zeiven beheerschen.

Possesjjseur, m. bezitter; -sif, ive, a. prononi —,ou —, m. bezittelijk voornaamwoord; —sion, f. bezit; bezitting, v.; bezetenheid van den duivel, van den booze, v.; urine de —. bezit-

npminrr- f r»i j i.. • .. ..

'• F" «"ticiiiaiiuscne oeziuingen, volkplantingen, koloniën; — soire, a. het bezit processen om hpt. ij*»?;* n '

—.v "-«wicuu, ui. ictui van

bezitting; -soireuient, adv. naar het recht

m:. zekere drank in Kngeland van

„.v.,, Cli watei- gemaaKt, m.

■ OSHI blllte. f. mOCPliibhpirt \r . KI» r.

mogelijk; —, m. Taire sou fam.doen al 'wat

mriffpllik ia waf 1„»~. ' ... ,

, "? iy V 1X1111 > «u —, ioc. aav. zoo

veel mncfiliiU

PonI. in «amonct • no nnk«n.. ï-.

i> a .1 ai-uici, mier.

■*osta||l, e, a. de posterijen betreffend; ser

i, postdienst; route —Ie, postweg: i 'Hbriefkaart; adv. door

Hostroinmuiiioii. f. gebed van den priester na de communie.

Pontdajte, f. latere dagteekening, v.; —Ier. v. a. later daL'f.p.pkpupn

Poste, m. wachtpost (van soldaten), m.; ambt

uiening, v. post, m.; aangewezen standplaats, v.; — d honneur, eerepost; gevaarlijke post; —

ii vaiir<> vnnrnaof • _ ' .

Qfln'" ' nu —, een post

ambt bekfpprf'en" "" T ,fifVt'Aen

, , ». ,iai. uuuclC, nOSei)

oost. V * nnethiiic nn0»l,„„4 . '

1—i postwezen; loop

Oer postnaarden, m., posterij. v.; kleine kogel, m.; ehaise de —, postsjees; radmiiiistration

KClltTiilP (Ipu — u hu' „ j„„ .

? v —" "\ "otlccl uei posterijen; jour de - postdag; grande post voo.1

mnripn. on nnian o. .■ . ...

«""«.iioiju, nuuiuKantoor; pente — stadspost: pii —. f:.m 'rl * ,

' — * ....... wc jjuol, met spoea:

_ P»»* Per ommegaande: +» adv. hii

S! e ?« 7' 'One

, ~rV, -'«"«"iiif-. i. ier oewaring op

bet postkantoor (uitdrukking, die op een brief

ataBhaTiH i als lleze niet moet bezorKdi maar

Poster, v. a. stellen, zetten, plaatsen, pos ifrh8ni'. tg' aanstellen'• sp —, v. pr. post vatten

rusieirieur, rure, a. (Iat> postcrior. de

ost, apiés) later, jonger, nieuwer; achterste.

Cht.pr: tri>ÉÉ .. i„j ' 1

achferi.yt,";,.^I®6.1, iater_,danJ -• !"• 'het

„wut,uccl) __nrureiiieiif, adv

later, achterlijk; -riori la), adv. van achteren

rl»rtii ?' U0^ ?<r™lgtiekking verkregen; —riorile, f. achterlijkheid, v.; het later of onger ziin. — rlti» f. nncpcinnKt

schap, v. nakomelingen, m '

Pontlare, f. (lat. post, aprës, et fari, parler) nararip. v nnhomkt

ü—li , ucntui uuuter een Doek.

rost liui|| ine, Powtu me, a. na's vaders dood

wBrï«e„n;i ",aKe'aten; wuvre» nagelaten merken, letterkundige nalatenschap, v.; —me* ment, adv. na den dood (geschied).

, Va- "VJ- posticcio) later bijgevoegd, \alsch, onecht; bnrbe —, valsche baard•

vaisih» * -s' va s,ch haar; het onechte,

valsche. nagemaakte.

■ owiier, m. postpaard; postbeambte. Postillon, m. postrijder, postiljon; - d'amour, overbrenger van minnebrieven; -, stuk 1 kaait of papier, dat de kinderen omhoog laten

vliegen aan het touw van hun vlieger; lintversiering; aan een vrouwenmuts.

Poatiiiêridien, iemie, a. na den middag.

Pontpollser, v. a. achterstellen, geringer «ichten, verschuiven; opoireren; -sitif, Ivefa dat achter iets geplaatst moet worden.

PostMcenium (pr. nioine). m. het deel van den schouwburg achter het tooneel.

rnut.Hcrinhim /»».. ■ •*.

. "—»'.»«. vpi. unit*nascnrnr, postscnntnm: n Ho» ' K

ü * \ K«CT»-e»®»ipiUIII.

Postul!lant, m. ante, f. hij of zij, die iets verzoekt of zoekt te verkrijgen; hij of zij, die in eene orde wenscht opgenomen te worden; —, a. die voor eene rechtbank den dienst van zaakbezorger kan waarnemen; —lat, m. (lat. postul are, demander) postulaat, vereischte (stelling die zonder bewijs moet aangenomen worden); — lat ion, f. ernstige aanhouding, v. verzoek; aanzoek, verlangen, begeeren; -Ier, v. a. et n. om iets verzoeken, naar iets staan; voor iemand in rechten als verdediger optreden Fowtlirp f Gfnnrl ™ _ _T

ftnT I ' , gestuite, V. postuur;

fig. toestand, m.; se uiettre en - de faire qoli., zich gereed maken om iets te doen.

Pikt m nnt m ■ mnn« l . <■

i j- . . ^ ' •> Kan, v.; — a iieurn.

ledige bloempot; - de fleurs, pot met bloemen!

au lalt, melkkan; — a bral, pikketel, pikpot, m., uiettre Ie — au feu, den pot te vuur zetten:

.. «uuijjul, iii.; — ue enainbre, waterpot, m.; - de vin, wijnkoop, m.; zie Pot-de-vln:

— •Itlllirri mpniralmnaK ~ i ,

r. r , —..evni.uco van ougewarmaen Kost;

liir. menire mnpQ- »on „:i ,

, ^ j ' "'uiicrsiur uil verscnu-

lende andere samengesteld; pl. des potspourris; fig le- au\ roses, het geheim deizaak, het fijne van de mis; dérouvrir Ie —

aUX f'OMPM hpt o-ahoim „„iJ-l.l ■

J~" ' uiiLueKKen; (tonner

dans Ie — au nolr, in de klem raken, in den

h^V?.ller";.ry_er.!el-? «•«?«•«. de kosten

„ ' " P"'ii zien aizonaeren;

papier , zeker postpapier; recevoir a la lortune du —, zonder veel complimenten

ont vancpr» • mmp<l .

ï ° uii —, zoo aoot ais

een kwartel, kanondoof; tourner autourdu —

nipT l'Qf< n f 11 i ♦ 1 •iv, n „ i . *

u .VUür netgeen men wil.

Pr nm hppri Hrao an. II — — a i . • ...

» — ei a rot «lans o^ii rïl" koii,imV 'f da^eIijks gast in dit huis; eela fera boulllir Ie —, dat helpt huishouden, dat doet npn sr.hnnrcton.. ».^„i

ww .««.vu iuurcii.

Pntilhip a /\at rv . ...

,, r ' **• v"- pvbaie, ooire; te arinken.

dnnkbaai; or —, vloeibaar goud.

Potarhe, m. fam. gymnasiast (leerling van

een collége of een lycée).

Pota!lRe, m. (rad. pot) soep, v. potage, v.;

«ui rh ~ oucp, — » ia vianue,

«ii« k r»'". n« riz, iau| veruii-

. .'. ï,groenten-, erwten-, rijste-, ver-

micelli soep; flg. P„„r tont alles in alles, in t geheel; pour reiilV.rt de-, tot overmaat van ramp, op den koop toe; -ger. m. fornuis,

naii ue werKiieaen net eten

brpno-t.. m • mnpctni.. . ï i » .

° i . ^cuKeniornuis; —«er,

T r*!!8' eu^en • • m soep ..op groenten levend; f ni " |?U ~a' moestuin. "!■; herbe» -gère»,

PotHMliMP f nntacxk ... *_ /• .

» , 711—' •; y., — Btric, i. potascn-

faljiiek, v.; —siuin (pr. ome), m. potaschmetaal. i,„ïw " j v'eesch-, bouillonpot, m.; gekookt rundvleesch; pl. deH pot-nu-feii.

' • 'jiiKoop, m.; geschenk dat üi f. ?en ,o t!' °P den bepaalden prijs toegeeft; fooi, v.; bij uitbreiding: geschenk,'waarmede ambtenaren voor eene zaak gewonnen worden; pl. den potn-de-vln.

Sluiten