Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezond, heilzaam voor de gezondheid; —brite, f o-ezondheid, v.; openbare gezondheidsdienst, m. ' Sn hier, v. a. (lat. salutare) groeten, begroeten, gelukwenschen; salueeren; «lier — qn.,

zijne opwachting bij iemand gaan maken.

WrtlUre, I. ZOUUgllCIU, 6L1I.MC1U, V.

Saint, m. (lat. salus, santé) heil, behoud, welvaart, zaligheid, v.; groet, m. begroeting, v.; welzijn; recevoir Ie —, begroet worden; port, lleu de —, vrijplaats; —! wees gegroet! prov. 1) bon entendeur —, een goed verstaander heeft maar een half woord noodig, sapienti sat; 1'Armee dn —, het Heilsleger; — tiste,!*;. et f. heilssoldaat, heilssoldate; — taire. a. heilzaam, goed, nuttig; —talreinent, adv. op heilzame, voordeelige wijze; — tation, f. groeting, begroeting, V.

fSalvage, m. bergrecht. recht wegens het bergen van gestrande of aangespoelde goederen.

Salvanos (pr. nóce), m. reddingboei, om in het water te werpen, wanneer iemand over boord gevallen is, v.

Salvatelle, f. miltbloedader, v.

Salvation, f. verlossing, zaligmaking, v.

e /!.» + aaltra rii.rto.tni Vlipn) IftR-

nni^r, i. ooi»», Hu'iv "~J • —

branding van verschillende stukken geschut

Lt5 V. wag, y. aanu.

nnnr, in. giuci^cuou

<> u Sinriritunntcli ■ m. Pt. f.

nniiiniiiniii, r, «. ^, .... -- --

Samaritaan, barmhartige Samaritaan, Samari-

taanscne, ooeivaaiui^e zuuucuc».

Sainbieii, Sambleu, Sainbllle, int. te

uuivei:

Samedi, m. Zaterdag, m.

Saniiel, m. samoem, samum, m. (verstik

Imn/^a urrvoafiinuririH in ifrilraV

Samovar, m. Russische thee- of schenk-

KCICI, III.

San-benlto (pr. be), m. (mot esp.) martelaarshemd; pl. des san-benito.

Sancir, v. n. zinken, te gronde gaan (van

stucpcu;>

SanctiO anf, ante, a. heiligmakend. zalig;

I»Ai li • (luHall t' hpili-

— rnirui. III. nomjuniaw , ..

ging, heiligmaking, v.; —er, v. a. (lat. sanctum, saint; facere, faire) heiligen, heilig maken.

ti.imi r Mat «nnctin! de

sanctio; de sancire, 'établir) bekrachtiging (eener verordening», sanctie, v.; — tionner, v. a.

oekracniigen, Kracni van weu kc*ou,

neeren; — tuaire, m. (lat. sanctus, saint) heiligdom.

SanrtiiN (pr. ueel, m. bet heilig (gedeelte der mis).

San dal. m. sandelhout; —dale, f. (lat. sandalium) voetzool, v., sandaal, v. (soort van schoeisel bij de Oostersche volken); staatsieschoen van geestelijken, m.; — dalier, m. sandalenmaker.

Salldaraque, f. (lat. sandaraca) sandarak, sandrak (welriekende hars); roode zwavelarse-

cicum, v. ...

Siindix. m. roode verf, uit gecalcineerd lood-

Sandjiak. zie Snngiac.

Sandwich (pr. sand-wltch), f. met vleesch belegd dun boterhammetje.

Sang, m. (lat. sanguis) bloed, afkomst, v.; di-l'aut de —, bloedarmoede; (te faire du bon —, zeer in zijn schik zijn; zich moed in 't lijf drinken; se faire du mauvais —, over iets

mokken; altcré de —, bloeddorstig; Be bn(tre au premier —, strijden tot een van de partijen verwond is (in een duel); niettre a teu et ii —, te vuur en te zwaard verwoesten; beau —, fig. schoone menschen, m.; — de ; rate, miltvuur; — de la vigne. wijn, m.; mettre la main au -, bloed vergieten; pur —, volbloed; — mèlé, kleurling; pron. bon — iip neut nientir. een appel valt niet ver van

den stam; fig. slier — et eau, veel lijden, groote bewoging maken.

Saiig-de-dragon. Sang-dragon, m. draken-

UlOP nji»< uraiiciiuiucu iuoio ou

Saiig-EioM, m. Koeioioeaigneiu, v.; ue —, adv. in koelen bloede.

Saiigiac, ou SandjiaK, m. sanajiaK, unueiafdeeling van eene provincie (in het Turksche riikV. hoofd van een sandiiak; vaandel, stand¬

aard. . .,

Sangiacat, ou Nandjikat. m. waaruigneiu en provincie van den Sandsjiak, v.

San |!«lade. f. felle zweep- of riemslag, m.; — slant. ante, a. bloedig, bebloed; fig. hard,

" ■_ _l„!» .O* «....«>■<> o H O

wreeu, zwaar; i« pmi*? cbi cm uir,

wond is nog versch.

£2 u..l„ f /lat /» i ri fril 1 a • dn 1'inBP.I'P.

^HiillXir. i. < >»"• «..-e---,

ceindre) gordelriem, buikriem, m.; breede mat,

v.; lil ne —, veiaueu,- -|ir, a. ii«u" e" regen; —gier, v. a. met een riem ombinden, gorden; — des eliaises, nn lit, stoelen, een bed met riemen of zeelen beslaan; fam. — uil

coup, een slag geven; ne —, v. ju. ov.. riem of gordel ombinden, zich rijgen.

m _i s „„ /lot oinonliirifi solitaire)

in. vi»4" .. . -

wild varken, wild zwijn; cliaase dn —, wilde zwijnenjacht; -glon, m. versterkingsstuk.

Sanglo|t, m. snik, m.; —ter, v. n. snikken.

Sangsue, f. (lat. sanguisuga, de sanguis, sang; sugere, sucer)bloedzuiger, m.;lig.bloedzuiger, afperser van geld, knevelaar.

Sanguilllration (pr. gui), f. bloedbereiding, bloedwording, v.; —lier, v. a. in bloed veranderen, tot bloed doen overgaan. .

Manguiln, ine, a. bloedrijk, sanguinisch; bloedkleurig; -naire, a. bloedgierig, bloeddorstig; —ne, f. bruineersteen (der zilversmeden), m.; roodteekenkrijt;bloedkruid; —nolent, ente. a. met bloed vermengd of geverd.

J.I.. m I crv canP.driOn.

T^aiiiirui in if1, n , j

tribunal) groote of hooge raad bij de Joden, Sanhedrin, m.

Sauicle, f. breukkruid.

Sallle, f. (lat. sanies, sang corrompu) waterige etter.

Sanieuv euse. a. bedorven, etterachtig. Sanitaire, a. de gezondheid bevorderend, betreffend; cordon —, gezondheidscordon; pollce —. medische politie.

San», prép. zonder; — adieu, tot straks; — que, zonder dat.

SanN-ni'ur, m. lafaard; pl. des saus-

roeur. , ,

w...n /,in sMnscrit. sanskrita. par¬

fait) het sanskrit, de sanskritsche taal, v.

Sans-rulotte, m. aanhanger der republi| keinsche regeering in Frankrijk, sans-culotte; ' pl. des sans-culottes. , .

Sans-culollldes, f. pl. Hepublikeinsche feesten,

Sans-dent(s), f. tandeloos bestje. Saiis-fleur. f. vijgappel, m.; pl. des nansfleur. , , , ,.

i Sans-gène, m. ongegeneerd, onbeleefd per-

Sluiten