Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sigisbre, m. (ital. cicisbeo) cicisbeo, oppasser, geleider eener vrouw.

Sigle, m. (lat. siglum) nfkortingsletter, v.

Siginoïdr. a. op de S (sigma) der Gneken gelijkend.

Signa11. m. (lat. signum, signe) teeken, sein; signaux de jour, de nuit, dag-, nachtseinen; — de détresse, noodsignaal; signaux de brume, mistseinen; —Ié, ée, p. et a. merkwaardig, uitstekend, beroemd; —leinent, m. signalement, nauwkeurige beschrijving van een persoon, v.; —Ier, v. a. signaleeren, door een signaal, een teeken aanduiden of berichten; — qcli., qn. a (raltentloii de) qn., iem. op iets of iemand opmerkzaam maken; — son régne par ..., zijne regeering beroemd, berucht maken door ..— qn. a la pollce, iemands signalement aan de politie geven; se —, v. pr. gesignaleerd worden; zich onderscheiden, uit-

umiKttii, uitiituubcn.

SignaUtalre, m. et f. onderteekenaar, onderteekenaarster; —ture, f. handteekening, onderteekening, v.; merkletter, teekenletter van een blad, v.

Si ga || e, m. (lat. signum) teeken, merk, bewijs; wonderdaad, v.; — radieal, wortelteeken; faire — (den yeux), een teeken geven,

weincen; ug. 11e |»hb uumin — wc van zich laten hooren; —er, v. a. onderschrijven, onderteekenen; se —, v. pr. fam. een kruis maken; —et (pr. si-né), m. bladteeken of lintje in een boek. ,

Signifl;|aut. ante, a. beteekenend,aanduidend, te kennen gevend; veelbeteekenend; —catil', ive, ! a. nadrukkelijk, krachtig, zinrijk; —cation, f. beteekenis, v.; gerechtelijke aanzegging of bekendmaking, v.; —er, v. a. beteekenen, beduiden; aanzeggen, aankondigen.

Siguette, f. (mors a la) —, kaptoom, m. gebit om weerspannige paarden te temmen.

Silen||re, m. (lat. silentium) stilzwijgen, stilzwijgendheid, v.; fig. stilheid, stilte, v.; —, int. stilte! houd u stil! dans Ie —, en —, in stilte, in het geheim; observer Ie het stilzwijgen bewaren; rompre Ie —, het stilzwijgen breken; passer sous -, stilzwijgend voorbijgaan; —cieux. euse, a. stilzwijgend, stil.

Silene, m. Lowanda, eene aapsoort op Ceylon. „ ...

Silesien. ienne, a. van of uit Silezie; m. et f. Sileziër, Silezische vrouw.

Silex, m. (mot lat.) vuursteen, keisteen, m.

Silhouet||te, f. schaduwbeeld, silhouette, v.;

a .. mnlipn. silhouet-

— tri , v. a. ccu öuuuuu.» ,

teeren; —teur, m. hij die schaduwbeelden ot

siinouetien maani.

Silieate, m. kiezelzuur zout; — de potasse, waterglas.

Sili||ce, f. zuivere kiezelaarde, v.; —cieux, euse, a. kiezelachtig; —cique, a. aeide —, kiezelzuur; — cium (pr. ome), m. metallische

u.<n!n ir rlur bio7olanr(ip

Silicu||le, f. peultje, kleine dop, m.; — leux,

euse, a. peuivormig, peuiaragenu, —

1.1..., nlinlon

ueuiuiagciiuc

Silique. f. (lat. si li qua) peul, schil, v. dop, bast, m.

cmi...» m *,tir Hpki"itPi" vjiart. v. grancr. m.:

niii«Kr, ut. » —»— , , • - o -w. ■

prov. faire plus de reinous que de —, veel lawaai en weinig wol.

Sille (pr. si-Ie), m. (gr. si 11 os. moquerie) sillos, sillus, Grieksch spotdicht.

Sillllée, f. zog, kielwater; —Ier, v. n. de

golven doorklieven, vaart hebben (van schepen).

Sillet, m. kam eener viool, luit, m.

Sillon, m. vore,ploegvore,v.; fig. rimpel, m.; tracer uil —. eene vore trekken; uil — de lumiére, een lichtstraal, m.; —s, pl. velden; —mié, ée, p. et a. beploegd, met voren; fig. gerimpeld; — de rides, gerimpeld; — mier, v. a. voren met den ploeg maken; doorstrepen; fig. berimpelen, met rimpels teekenen; klieven (de wolken, het water); —neur, m. vorentrekker, m. (werktuig).

»ilo, m. onueraaruscne graauuoigpiK*»», *. korenkuil, m. .

Silure, m. wentelaar, meirval (visch), m.

Siiurieii, ienne, a. silurisch, tot de laagste grauwakformatie behoorend.

Silvain. zie Sylvain.

Siuiagrée, f. fam. gemaaktheid, kuur, v.; ce n'est que pure —, het is louter gemaaktheid.

Siinarouba, m, Siuiaroube, f. kwassia of bitterhoutboom, m.

Siuiarre, f. -psleepkleed der vrouwen, samaar; lang onderkleed van rechters, professoren enz.

tiiiiihlPitii. Sinihlot. m. cirkelsnoer; scheer-

1 garen, scheerdraden, m.

Silluiiadés, m. pl. de aapsoorten, v. het apenj geslacht;— inieii, (enne, a. (lat. si mius, singe) aapachtig; — iniesque, a. aapachtig.

Siiiiii|laire, a. gelijkaardig, gelijkslachtig; iü.uU f rroliilf pui»*, cnliik vortniirheid. V.:

—lor, m. schijngoud, halfgoud (metaal, dat uit koper en zink is samengesteld).

Siinollniaque, a. aan simonie schuldig, schuldig aan handel in geestelijke ambten; —, m. iemand die zich aan simonie schuldig maakt, die een geestelijk ambt door geschenken enz. verkrijgt; — nie, f. (de Simon le Magicien) woeker met geestelijke ambten, m.

Siinouii, Siinoinii, Siinoon (pr. moune),m. verstikkend heete woestijnwind, m.

Sim || ple, a. (lat. simplex) enkel, enkelvoudig; eenvoudig, niet opgesierd; gulhartig, oprecht;

onnoozei; - MUMIHI, geuiCCU BUiuam,, —, .11. «wil voudig mensch; geneeskruid; les vertus des —s, de krachten der geneeskruiden; — pleinen t, adv. alleenlijk; eenvoudig; zonder bedrog; f-plesw, c „ .ioi»\-niirlio-hi>iil nnrp.r.htheid.

I. p. U. UOlUUlliJnv vwu.w—o-w—, -x ,

argeioosneia, v.

tLii e aanvAmlirrliPu p.nkp.1 voiiflisr-

nilll(lll ! llir, 1. tcuiuuu.ft"—, -o

heid; ongedwongenheid, argeloosheid, oprechtheid; onnoozelheid, domheid, v.; — flable, a.

vereenvoudigoaar; — ncaieur, m. veiecuvuuu.ger, m.; — «cation, vereenvoudiging, v.; —lier, v. a. vereenvoudigen.

*iinii incre, m. iiai. biuiuibu u.h, i^v duction) beeld, beeltenis, v. afbeeldsel; schijnbeeld; schijnvertooning, v.; vain —, ïjdele hersenschim; - de f ombat, spiegelgevecht;

I..*:.... rmi'aincHhniil vpinzp.rii. V.: —lt'. ee.

a. geveinsd,"voorgewend, verdicht; achat —,

schijnkoop; — ler, v. a.vmt. s>nnui«*c, v,«Ki«», veinzen, voorwenden; colére —lee, geveinsde gramschap, v.; combat —Ié, schijngevecht, spiegelgevecht; paix —lée, schijnvrede.

Siimilta||né, e, a. (lat. simul, ensemble) gelijktijdig; -neité, f. gelijktijdigheid, v.; -neuient, adv. tegelijkertijd, gelijktijdig.

Siiia pise, e, a. met mosterdpap belegd; —piser, v. a. met mosterdpleister beleggen: met mosterd bestrooien; — pisine, f. extract uit wit mosterdzaad; — pisme, m. (lat. si napis, moutarde) mosterdpleister, v.

Sin||<• ere, a. oprecht, ongeveinsd, rondborstig,

Sluiten