is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nate, m. onderkoolzuur zout; —chantre, m. onderzanger, onderzangmeester; —chef, m. onderdirecteur, onderchef; —chevron, m. stuk hout, dat een gewelf ondersteunt, onderrib, v.; —clavïer, ière, — claviculaire, a. dat onder het sleutelbeen geplaatst of gelegen is; —comntissaire, m. ondercommissaris; —coinmis«ion, f. subcommissie, v.; —comptoir, m.

hiiknntnnr• —.riiktuI o n nriflon ,1Q riHKon

Souscrip||teur, m. inteekenaar; onderteeke¬

naar van een wissel; — tion, f.onderschrijving, onderteekening; inteekening, v.; par —, bij inteekening.

Souscrire, v. a. (lat. sub, sous; scribere, écrire) onderschrijven, onderteekenen; inteekenen; fig. —, v. n. a qch., in iets toestemmen, iets toestaan, bewilligen; je souscris a tout ce qu'il veut, ik stem in alles toe wat hij verlangt.

Sous-ciitaiié, e, a. onder de huid gelegen.

Soiis-délcguc, m. onderafgevaardigde.

Sou» ü-diaconat, m. onderdiakenschap (in de Roomsche kerk); —(liacre, m. onderdiaken (in de Roomsche kerk).

^uuBMiirrcifur, m. incr, i. onueroesiuuraer,

onderbestuurster.

Sous-diviser, zie SuhdiviNcr.

Sous-dominante, f. kwart, v. vierde toon boven den grondtoon, m.

Sous||«doublé, a. half; —doublé, ée, a. en raison — -doublée, als de vierkantswortels (van eene verhouding sprekende).

Sous-doyen, m. onderdeken.

Sous-économe, m. onderbeheerder.

Sous |•entendrc, v. a. onder verstaan, onder begrijpen; —entendu. p. et a. onderverstaan, onder begrepen; —entente, f. fam. heimelijk, stilzwijgend voorbehoud; —faitage, —faite, m. plank onder den top van een gebouw, v.; —•ferme, f. onderpacht, v.; —ferinier, m. ière, f. onderpachter, onderpachtster.

Sous-fleT, m. achterleen.

Sous-fréter, v. a. een gehuurd schip aan een ander verhuren.

Sous-Karde, Sougarde, f. beugel, m. (van een geweer).

Sous-genre, m. ondergeslacht, onderverdeeling van een geslacht, v.; —gorge, Sougorge, f. halsriem, keelriem, m.

Sous-gouverneur, m. onderbestuurder.

Sousl|-intendiince, f. onderintendantschap; —intendant, m. onderintendant, tweede opzichter of bestuurder; — -jacent, ente, a. onder iets anders liggend; — -iüpe, f. vrouwenonderkleed.

Sous-lacustre, a. onder een binnenlandsch meer gelegen; habitations —s, paalwoningen.

Sous||-lTeutenaiice, f. onderluitenantschap; —lieutenaiit, m. onder- of tweede luitenant; —locataire, m. onderhuurder; —location, f. onderverhuring, v.; —louer, v. a. weder verhuren; onderhuren.

Sous-inaiii, m. keerzijde, v.; stuk papier dat men bij 't schrijven onder de hand legt.

Sous-ma it re, m. ondermeester.

Sous-marin, e, a. onderzeesch.

SoiiM-ina\illaire, a. onder de onderkaak gelegen.

Sous-muitiple, a. meermalen in een ander getal vervat.

Sous-neuvre, m. fondement (van een gebouw).

Sous-officier, m. onderofficier.

Sous-ordre, m. ondergeschikte; ondergeschiktheid, v.; en —, adv. ondergeschikt, in den

tweeden rang; —perpendiculaire, f. subnormaallijn, v.; —pied, Soupied, m. soupied,m.; —précepteur, m. onder-leermeester, tweede leermeester.

Sous-préfecture, f. onderprefectuur, v.

Sous-préfet, m. sous-préfête, f. onderprefect; vrouw van den onderprefect.

Sous-secrétaire, m. tweede secretaris, ondergeheimschrijver.

Sous-seing, m. onderhandsche acte, v.

Sous-nel, m. onderzout (met een overmaat van basis).

Soussiileiié. ée. a. onderceschreven. onder¬

teekend; —, m. et f. ondergeteekende, m. en v.; —gner,v.n.onderteekenen,onderschrijven.

Sous-sol, m. souterrain (van een gebouw); ondergrond, m. (onmiddellijk onder de teelaarde gelegen grond).

Sous-tangeiite, f. subtangens, v.: —-tendante, f. koorde, v. (die een boog onderspant); —-tendre, v. a. onderspannen.

Sous-titre, m. bijtitel, m.

Sous||traction, f. ontvreemding, onttrekking, v.; aftrekking, v. substractie; — traire, v. a. onttrekken; aftrekken; — qch. a qn., iemand iets ontvreemden; se —, v. pr. a qch., zich aan eene zaak onttrekken, iets ontwijken

Sousll-traitant, m. onderpachter; —traité, m. onderpacht, v.; nieuw verdrag, onder verdrag; —traiter, v. a. onderpachten.

Sousll-triple, a. et m. derde; derde deel; —trip Ie, e, a. verhouding als die der kubiekwortels.

Sous-ventriére, f. buikriem van koets- en lastpaarden, m.

Souta||che, f. smal veterband, platte fijne snoeren, m; nestels, m. der huzaren; — citer, v. a. met smal veterband, met soutache beleggen.

Souta||ne, f. overrok van een priester, m.; fig. geestelijke stand; il a quitté répée pour la —, hij heeft den krijgsmansstand vaarwel gezegd om priester te worden; — nelle, f. korte priesterrok, m.

Soute, f. bergplaats, v. ruim, hok (in een schip); — a poudre, aux poudres, kruitkamer; — au pain, broodkamer.

Soute!!uahle, a. hetgeen men kan staande houden of verdedigen; vast, houdbaar: door bewijsgronden vol te houden; — naiice, f. jaarlijksch kostgeld; verdediging eener thesis, v. —nant, m. verdediger eener thesis bij eene disputatie, respondent.

Soutèiieinent, m. steun, schoor, m.; verdediging der betwiste posten eener rekening, v.

Soiite||neur, m. iem. die iets staande houdt; souteneur; — nir, v. a. ondersteunen, onderschragen; houden, dragen; fig. bijstaan, onderhouden; beweren, staande houden: uithouden:

uitstaan; dragen, verdragen; se —, v. pr. zich staande houden, blijven staan; zich steeds gelijk blijven; —nu, p. et a. steeds gelijk; onverzwakt, onverflauwd; style —, (voortdurend) verheven stijl, m.

Souterrain, aine, a. (lat. subterraneus, de sub, sous et terra, terre) onderaardsch; —, m. kelderverdieping, v. spoorwegtunnel, m. onderaardsch gewelf; —s, pl. bedekte wegen, heimelijke uitgangen, m.; fig. listen, v. looze streken, m.

Soutien, m. steun, m. steunpilaar, steunmuur, m. stut, schoor, m.; fig. onderhoud, ondersteuning, v.; hulp, v. bijstand, m.

Souti||rage, m. af- of overtapping, overste-