is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mens; de vehere, porter) hevig, krachtig, sterk, geweldig, oploopend, driftig; — teineiit. adv. zeer sterk, hevig.

VéKiiouIlle, m.(lat. vehiculum; de vehere, porter) voertuig; vervoer-, toevoermiddel: iets; waarmede een geneesmiddel ingenomen wordt; —Ier, v. a. vervoeren.

Veli ||me, f., la sainte—, het veemgericht; —mique, a. op 't veemgericht betrekking hebbend; la cour —, het veemgericht.

Vel l|| Ie, f. (lat. vigilia) het waken, slapeloosheid ; nachtwake, v.; daags te voren; vóóravond, heilige avond, m.; rliandelle, bougie «Ie —, nachtkaars, v. nachtlicht, nu: veilleuse; la — de son dêpart, ds dag vóór zijn vertrek; a la — de..., op het punt van ..—les, pl. nachtwaken, nachtbraken; nachtelijke studiën; fig. slapelooze nachten, m.; —lêe, f. avondtijd, m.; avondbijeenkomst, v.; het waken bij een zieke, een doode; —Ier, v. n. (rad. veille) waken, wakker zijn, niet slapen; fig. — a, sur qu., voor iem. waken, zorgen, zorg dragen; —, v. a. bewaken; — de pré» qu., lig. op iemand van nabij het oog hebben, iemand van nabij gadeslaan; —leur, m. geestelijke, die een lijk bewaakt; nachtwaker; —leuse, f. nachtlichtje; —lolr, m. werkstoel der schoen- en zadelmakers, waarop zij hun licht en gereedschap zetten, m.; —lotte, f. hoopje gemaaid hooi in eene weide.

Vei||iiard, e, a. fortuinlijk; — uard, m. narde, f. gelukskind; — ne, f. (lat. vena) bloedader, ader, v.; geluk, fortuin; il est en —, hii is in gloed, in vuur; — poétique, dichtader; £tre en —, gelukkig zijn bij 't spelen; en — de gaietc, in eene vroolijke stemming; mauvaise —, ongeluk; — né, ée, a. geaderd, dat aderen heeft; —ner, v. a. aderen; — neux, euse, a. aderachtig; —iiule, Véniile, f. haarvat.

V<»lnge ou Vélement, m. het kalven.

Vélar. m. steenraket, v. (plant).

Vélarium (pr. ome), m. tentdak boven een schouwburg.

Velaut! int. op! geroep der jagers aan hunne honden.

Vel||che, Welehe, m. barbaar, duisterling; —rherle, f. barbarenland; barbaarschheid, v.

VAIemeiit, m. zie V^lnge.

V«'ler, v. n. (rad. veau) een kalf werpen, kalven.

Vélin, m. fijnste perkament; papier —, perkement of velijn papier.

Vélique, a. de zeilen betreffend.

Vélites, m. pl. velieten, licht gewapende soldaten (bij de oude Romeinen).

Velléité, f. (lat. veile, vouloir) krachtelooze, halve wil, m. aanvechting, v. niet tot uitvoering komende wil, m.; II ine prit la — de...., ik kreeg half en half lust om ....

Vel o, Véloce,m.(de vélocipède) velocipède,v. -|-Vélo||ee, a. (lat. velox) snel, snelloopend (van een hemelbol; — ceiiian, m. (véloce et angl. man, homme) wielrijder, fletser; —eer, v. n. fietsen; — eewouiaii, f. (véloce et angl. woman, femme) wielrijdster; —cipéde, m. (lat. velox, véloce; pes, pedis, pied) rijwiel, vélocipède, v.; — eipeder, v. n. fietsen; —eipédiste, m. et f. wielrijder, wielrijdster; — efté, f. (lat. velocitas; de velox, rapide) snelheid, gezwindheid, v.; —droine, m. (vélo et gr. dromos, course) baan voor wielerwedstrijden, velodroom,

Velot, Vélot, m. vel van een dood geboren kalf.

I Velours, m. (v. fr. velous; du lat. villosus, velu) fluweel; — plein, glad fluweel; — figuré, gebloemd fluweel; — d'Utreelit, wollen (meubel) trijp; elieinin de —, zachte, gelijke of gemakkelijke weg, m.; lig. jouer wur le —, fam. van zijne winst spelen;* faire patte de —, zijne nagels intrekken (van een kat); zijne valschheid achter vriendelijke manieren verbergen; fig. marclier sur le —, op een zacht, donzig graspad gaan; —, fout tegen de uitspraak, wanneer men eene s invoegt, waar ze niet behoort: b.v. il aimait z'& rire.

Velou||té, m. fluweelachtige, donzige oppervlakte, v. het fluweelachtige; le — de la peau, het fluweelachtige der huid; —, m. fluweelband, -lint; —té, ée, a. fluweelachtig, zacht, als fluweel gemaakt; —ter, v. a. als fluweel weven of bewerken; smal satijn lint, bieslint maken; —tine, f. zekere fluweelen stof, v.

Vel||tage. m. peilgeld, peilersrecht; —te. f. peilstok, m. peilersroede, v.; viertel (zekere vochtmaat); —ter, v. a. peilen, roeien, met den peilstok meten; —teur. m. wijn- of brandewijnroeier.

Velu, ue, a. (lat. villus, poil) harig, ruig, met haar bewassen; —, m. het behaarde, het harige.

Velue, f. wolligheid, ruigheid, v.; borstelrups, v.

Vel vet ine, m. geribd manchester of katoen fluweel.

Velvote, Velvotte, f. basterd-vlaskruid.

Venaison, f. wild, wildbraad; tijd, dat het roode wild goed is om te eten, m.; £tre en —, verzijn (van herten).

Vena||I, ale, a. (lat. vena lis) verkoopbaar, dat te koop is, veil; omkoopbaar, die omgekocht kan worden; homme —, veil, omkoopbaar mensch; pluine —e, veile pen, schrijver, die zich laat omkoopen; — lement, adv. op baatzuchtige wijze; —lité, f. veilheid, het verkoopen, de verkooping (van een ambt enz.), v.; fig. omkooping, omkoopbaarheid, v.

Venant, p. et a. komend, die komt; arbres bien —s, hoornen die flink groeien; enfant bien —, flink opgroeiend kind; —, m. hij die komt; a tont —, a tous —s, aan den eerste den beste, aan iedereen.

Vendable, a. verkoopbaar.

Vendanllge, f. Venuanges, pl. (lat. vindemia) wijnoogst, m. inzameling der druiven, v.; pl. wijntijd, herfst, m.; adieu paniers, —ges sont laites, fam. de zaak is geheel mislukt, het plan is in duigen gevallen; — geable. a. geschikt om geoogst te worden; — geoir, m. huis of getimmerte, schuur, v. tot den wijnoogst; mand daartoe, v.; — ger, v. a. den wijn oogsten, druiven inzamelen; fig. verwoesten of vernielen; —geur, m. euse, f. wijnoogster, druivenlezer, druivenleesster.

Veiidéiniaire, m.(lat. vindemia, vendange) wijnmaand, v. (van 22 September tot 21 October).

Venderesse, f. koopvrouw, verkoopster.

Vendetta (pr. vindèt-ta), f. (mot ital. qui signifie vengeance) bloedwraak, v. (op Corsica).

Vendeur, m, euse, f. verkooper, koopman, verkoopster, koopvrouw; — d'orvlêtnn, de mitliridate, kwakzalver; — de fiimêe, koolverkooper, die iets verkoopt dat hij niet leveren kan. rVeiidi||eatioii, zie Revendieation; f—quer, zie Revendiquer; f—tion. f. zie Vente.

VendAme, prov. e'est la eouleur de M.