is toegevoegd aan uw favorieten.

Amerikaansche schetsen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ben niet wel," zei hij glimlachend tegen Lef, die bezorgd naast hem neerhurkte.

Mevrouw Ten Bos, erg mager in haar zwart japonnetje, leunde tegen den muur 'r hoofd achterover, staroogend naar het plafond.

Een van de dochters bij de tafel snikte, 'r hoofd verborgen in liaar gevouwen handen.

„Vader is in-een gezakt op Broadway. Ze hebben hem in den patrol-wagen thuisgebracht," zei zijn zoon zachtjes.

„Is u iets beter?" vroeg hij na een poosje.

De consul knikte toestemmend.

„Ik zal maar thuis blijven," zei zijn zoon weer.

De consul schudde „neen" met z'n hoofd. „Het moet," fluisterde hij.

Lef voelde zich vreemd te midden van deze ellende. Zijn tegenspoed leek hem niets bij dit verdriet. Hij herinnerde zich het gesprek op dien eersten dag van kennismaken.

„We hadden rijtuig en bedienden en meiden." Nu moest ie figureeren, terwijl zijn vader te sterven lag.

Zijn tranen terughoudend, nam de zoon afscheid, nog eens en nog eens, toen hokte er plots een snik door de kamer.

De consul zag treurig om zich heen.

„Je moet niet zoo gevoelig zijn," zei hij,