Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weten, niet denken — maar toch telkens weer kwamen z'n gedachten terug, hoe hij ook tiachtte ze weg te zingen... Hij knielde voor het beeld, dat in den hoek stond, gehuld in wolken van blauw, omvatte de knieën van Boeddha, en smeekte, dat hem geopenbaard zou worden, snikkend, schuddend heen en weer den gulden god, die op hem neer zag met doode groote goden oogen.

's Avonds kwam Lung terug met een heer, rev erend Jones, een statigen, langen man, heelemaal in 't zwart, die zitten ging in het hoekje achter in de wasscherij, om te spreken van levenswijsheid en christelijke begrippen, hem vragend of hij eens mee gaan wilde om zelf het gebouw van de Chinese mission te zien, en kennis te maken met bekeerde landgenooten, die uit overtuiging overgegaan waren, en nu het lintje droegen van rood en blauw met sterren. Ja, hij wilde wel mee, als het 'm maar tot niets verplichtte. Nee — o — nee, lachten Lung en rev erend Jones, verplichten zou het 'm niet... geen idee... als hij alleen maar 's mee ging om te kijken... Hij wou wel?.. Goed dan zouden ze Zondag gaan... den volgenden Zondag. — Laat gingen ze heen, Lung vreemd lijkend in zijn modepakje, naast den langen blonden man

Sluiten