Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is dus niet enkel zijn laatst verschenen „Leven van Barneveld" wat ten opzichte van de critiek, van dfe juiste kennis of waardeering der feiten, nog al wat te wenschen overlaat. Zou het in zijn eerste werk niet ook zoo kunnen zijn ? Voor mij, die, zooals ik boven reeds zeide, de onjuistheden waaraan M. zich schuldig maakt, veel meer aan zijne hartstochtelijkheid wijt, dan aan wat er gebrekkigs kan zijn in zijn kennis, wat dit a priori ontwijfelbaar. In de stof toch van zijn eerste werk, vond ook zijn hartstocht meer voedsel.

Maar hooren wij nu het oordeel van eenige onzer kundigste landgenooten over dat eerste werk. De eereplaats komt hier toe aan wijlen den heer Bakhuizen van den Brink, die hier te lande bovenaan staat op de lijst van Motley's bewonderaars. In de Inleiding voor „de Opkomst enz." schrijft hij bijna met geestdrift: „Het werk van Motley komt mij voor, een zoo degelijken grondslag te leggen voor de geschiedenis van de wording van het gemeenebest der Vereen. Nederlanden, dat het bijna pligt wordt alles bij te dragen wat men zelf bezit om op dien grondslag voort te bouwen", enz. Wie zoo spreekt, bewondert; 't is waar, Motley's werk is nog geen voltooid gebouw, '), maar dan toch een „degelijken grondslag", waarop wij bijna verplicht zijn voort te bouwen!

Hoewel al aanstonds aangemerkt zij, dat de bewonderaar zelf, den hier in 't algemeen zoo kwistig geschonken lof, later meer in bijzonderheden tredende, weer gedeeltelijk terugneemt, zullen wij eerst eenige andere beoefenaars

1) Wij maken Motley daarvan geen verwijt: zoo iets kon men van hem evenmin als van iemand anders verwachten. Om meei dan ééne reden is het nu nog de tijd niet, waarin de geschiedenis van dat tijdvak als een voltooid goboviw voor ons oog zal verrijzen. Maar heeft Motley daarvoor een grondslag, een degelijken grondslag gelegd? dat is hier de vraag

Sluiten