is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen op 30,000, en dat in het jaar 1547, tien jaren vóór Karel's afstand, en vijf jaren vóór de afkondiging van het afschuwelijk plakkaat van 1550" !

Met opzet heb ik die bloedige tirade in haar geheel overgenomen, om te doen zien, dat Motley wel gelijk heeft, wanneer hij spot met de tranen, door Nederlanders geplengd bij liet laatst vaarwel van zulk een Vorst. Maar dat ons tevens door hem een raadsel gesteld werd, waarvan hij, wilde hij waarlijk geschiedschrijver zijn, de oplossing moest geven, beproeven althans, is nu ook zoo klaar als het daglicht. Maar aan die verklaring heeft hij zich niet gewaagd. Dat toch Karel „veel talen kende en een goed schutter was" zooals M. ter verklaring van 's Keizers populariteit ons verzekert, kan dit vaststaande feit onmogelijk verklaren, vooral wanneer daar zulke verkrachting van 't recht, zulke hemeltergende gruwelen tegenover staan.

Wat dan van zulk een historie te denken?

De alle maat te boven gaande overdrijving, waarin M. met zijne cijfers verviel ]), eischt een afzonderlijk onderzoek, waarop ik later terug kom. Hooren wij eerst de slotsom zijner fraaie schets; wie tot hiertoe dien schrijver geloof schonk, is nu wel verplicht ook dit besluit te onderschrijven.

„De plakkaten en de Inquisitie waren het geschenk door

1) Motley zelf heeft dat gevoeld. Hij heeft hier (in de engelsche editie I p. 104) een klein, zeer klein nootje bijgevoegd, en dat nog wel op 't einde eener aanhaling, opdat het te minder de aandacht zou trekken. Het luidt: »Zonder twijfel, deze statistieken zijn onjuist; maar de overdrijving zei f geeft ons den algemeenen aardder moordenarijen te kennen". — Dat klinkt bijna vermakelijk. Fraaier nog is het, dat de hollandsche vertaling de aanhaling geplaatst heeft, maar de woorden: „Zonder twijfel" enz. tot het einde toe, eenvoudig heeft weggelaten. Wel eerlijk! Maar dat is een nieuw bewijs dat Motley er op rekenen kon. door de opgave in den tekst geplaatst, zijn slag te zullen slaan, wel overtuigd dat de meeste zijner lozers de nietige noot over 't hoofd zouden zien. En daardoor won immers zijn pleidooi aan kracht! En wat zou de advokaat anders verlangen ? Maar de historicus