is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig later nog verhaald: „Oranje was een hartstochtelijk liefhebber van de jacht, bijzonder van't ridderlijk vermaak der valkenjacht". Op het land verblijvende „troostte hij zich met dagelijks een reiger te vangen" (uit een brief aan zijn broeder Lodewijk, 22 Oct. 1563.) Zijne valkeniers alleen kostten hem jaarlijks 1500 florijnen 1), nadat hij de uitgaven daarvoor, tot het laagst mogelijke peil had verminderd". Geen wonder dan ook, wat daar volgt: „Hij had vele schulden, zelfs reeds op dit tijdstip, en niettegenstaande zijn vorstelijk vermogen".

Nu is het verre van ons, hier op kleingeestige wijze den staf te willen breken over Oranje. Een aanzienlijk persoon kan zijne huishouding niet regelen op denzelfden voet als een ambteloos burger: wat bij den laatste te recht voor buitensporigheid zou worden aangezien, moet niet zoo zwaar wegen bij den eerste. Maar iets anders heb ik op 't oog. Men lette eens op de kleuren van dit vroolijk tafereel; men vergelijke die eens met de schildering, waarmede Karel's karakterschets werd gesloten. Daar rezen den beschouwer de haren te berge, bij 't zien van dien verachtelijken „vraat", wiens maag eindelijk door overmaat van inspanning moest bezwijken. En uit medelijden met den lezer heb ik nog andere soortgelijke passages weggelaten, waarin Motley ons den onophoudelijk gastereerenden Keizer als lijdende aan onverbetelijke „gluttony" voorgesteld heeft. Hoe vreeselijk zwart zijn de kleuren, waarmede dat alles daar werd geteekend! En hier? Al moeten er, bij wijze van bezuiniging, op één enkelen dag acht-entwintig meester-koks worden weggezonden. — al was, naar gissing, het cijfer der toen mede gebannen lagere keukenbeambten niet minder, — al bleven er niettegen-

1) Men houde daarbij de hooge waarde van het geld op dat tijdstip voor oogen. Motley zelf, waar hij sommen uit Karel's tijd vermeldende, die overbrengt op de tegenwoordige waarde, berekent altijd het tienvoud.