Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dien Zoon; maar Zone des Verderfs, Die, kunnende in een Wijf verkeeren, In 't donkre bruin des purp'ren verfs Komt op het Roode Beest braveren,

Dat op de Zeven Bergen stapt En dronken uit den gouden Beker Van 't bloed der Heilgen die ze trapt En morzelt, tergt dien grooten Wreker,

Dien Eeuwig-levendigen; welk In 't einde, ontvlammende in zijn ijver,

Haar 't grondzop toedrenkt uit den kelk Van zijnen toorne

(Ontdekkende) hoe ze tot dees hoogte quam Van gruwlen die den hemel raken. . ..

Zóó buldert deze poëet nog een heel eind voort; maar mij dunkt, onze ooren tuiten alreeds en hebben aan het aangehaalde genoeg. Voor zulke poëzie weet ik geen naam. Maar levert zij ook niet een bewijs, hoezeer de daverende auteur vertrouwde op het bestaan eener gevestigde anti-Roomsche Traditie, wanneer hij voor zulke ijselijkheden rekende op den bijval zijner lezers? In het voorbijgaan zij hier nog opgemerkt, hoe de Openbaring van den H. Joannes door al die ij veraars immer vlijtig bestudeerd werd. Maar dat de studie van dit diepzinnig profetisch boek nog geen waarborg oplevert voor de juiste verklaring en toepassing daarvan, was waarlijk vroeger al gebleken uit de vreeselijke geschiedenis van Jan van Leiden, den wreedaardigen koning van 't nieuwe Jerusalem. Want ook deze had vooral op dat boek zijne leugenvonden gebouwd.

Uit van Lennep's Vondel zou ik eene menigte van voorbeelden kunnen bijbrengen, die allerduidelijkst aantoonen, hoe deze het Pausdom vijandige Traditie hier te lande diepe wortelen geschoten had. Dit alleen moge volstaan. Toen den 11 Januari 1645 het dak der Nieuwe Kerk te

Sluiten