Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevallen [volkomen waar!] om niet even dikmaals en niet minder heftig verdedigd te zijn [en met reden]: en waar de afkeuring overdreef, heeft zij zelve tot de overdrijving der goedkeuring heengesleept [wat nog altijd te bewijzen valt]. Maar oorspronkelijk is daarin goeds, mits men de zaak op hare juiste proportie terugbrengt, mits men van vereeren en aanroepen aflaat, en zich alleen tot herdenken bepaalt.

Is het niet treurig te zien, hoe eene zoo begaafde vrouw telkens afdwaalt op het glibberig terrein der godsdienstige polemiek, dat toch eigenlijk niet op haar weg ligt, terwijl zij de wetenschap mist, die voor struikelen behoedt en hare schreden moest richten? Bij den niet oppervlakkigen lezer wordt zelfs het vermoeden gewekt, dat zij nooit ernstig heeft nagedacht over den eigenlijken aard der heiligenvereering. ,,De juiste proportie" zou dus hierin bestaan, dat men zich tot liet bloot herdenken van de dienaren Gods bleef bepalen. Alsof dat herdenken alleen, overeenkomstig was met den aard, met de behoeften van 't menschelijk hart! Maar, wanneer wij ons schitterende toonbeelden van deugd, heldhaftige geloofsbelijders, weldoeners der menschheid, een Vincentius a Paulo b. v. voor den geest roepen, blijft dan ons hart koud, houden wij ons dan in stoïcijnsche ongevoeligheid staande op het vriespunt van het enkel herdenken? Of gaat dit dan niet met achting, eerbied, bewondering gepaard? Want anders herdenken, dat doen wij immers ook, wanneer wij ons de monsters herinneren, die een vloek waren der menschheid, die duizenden ten verderve hebben gestrekt. Hen volgt verachting 111 't graf; maar ware menschenvrienden, bijgevolg, en in de eerste plaats ook, vrienden van God. blijven in eere. Ja, ons menschelijk gevoel komt in verzet tegen deze leer der „juiste proportie"; geen beschaafde maatschappij zal die immer omhelzen. Wordt er ooit een standbeeld onthuld zonder geestdrift? En die geestdrift (de gehuichelde ook) is dat geen uiterlijk huldebetoon? Zelfs christelijke ouders, meen ik, vleien zich met de hoop, ook na hun dood voort

Sluiten