Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de daarin uitblinkende wetenschap — hoewel ook die niet gering is te achten — maar veel meer over de systematische uitvoering van een te voren opgezet plan, of juister nog over de gedurige toepassing eener als zeker aangenomen theorie, waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt, waarnaar zich alles moet plooien. Maar juist in dit laatste ligt m. i. de zwakke zijde van dezen arbeid, zooals ons later zal blijken. Hier zij omtrent het Handboek nog slechts één punt aangestipt, dat wij namelijk daarin, nog duidelijker dan in de Archives, een schrijver zien optreden, die durft uitkomen voor zijne gevoelens. Met volle vrijmoedigheid heeft hij dat zelf betuigd. „Mijne beginselen—zoo spreekt hij — zÜn> voor wie er belang in stellen mogt, uit andere geschriften bekend." (I. Dl. p. V) en iets later: „Doch men voert mij welligt te gemoet dat ik in het geheele werk mijne gevoelens, bepaaldelijk in de Godsdienst, op den voorgrond gesteld heb. Voorzeker. Ik ben niet van oordeel dat verloochening of ontveinzing van beginsels, een voorwaarde of een waarborg eener prijselijke en gewenschte onpartijdigheid is" (p, VIII). — Dit moge volstaan ter algeineene kenschetsing van wat dit Handboek ons biedt. En daar hierboven al de hoofdstrekking van het polemisch geschrift Maurice é Barneeelt met een enkel woord aangeduid werd, acht ik verdere voorafspraak onnoodig, en kom alzoo aan het eigenlijk onderwerp dezer studie — het deugdelijke, het voortreffelijke in Groen's historischen arbeid.

Het geldt hier dan een met redenen omkleed antwoord te geven op de vraag: wat hebben wij aan den historicus Groen van Prinsterer te danken? Of meer bepaald: Wat zijn, op het veld der vaderlandsche geschiedenis, de voornaamste vruchten van zijn arbeid geweest?

Wij zagen het al: de archivist heeft ook een vrij uitvoerig Handboek geschreven. Ligt daar zijn groote verdienste i Kan hij daarvoor rechtmatige aanspraak maken

Sluiten