Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op onze dankbaarheid, heeft hij daardoor blijvende lauweren verdiend? Ik geloof het niet. Wel heeft de bewerker van het Handboek hier en daar zijn voordeel gedaan met de schatten van 't koninklijk archief; maar — alles te zamen, het is een partijwerk, uitsluitend bestemd voor de volgers van zijne staatkundig-godsdienstige richting. Neen, dien historicus aanvaarden wij niet.

En hoe vreemd op 't eerste gezicht onze weigering ook zij, om in genoemd werk iets te zien, wat ons ideaal van een geschiedboek nabijkomt, hier staat, om van anderen te zwijgen, de auteur zelf aan onze zijde. In hetzeltde jaar 1841, toen het Handboek de pers begon te verlaten, verscheen ook een tweede druk van het le Deel der Archives. Welnu, daar lezen wij deze duidelijke woorden: „Voici donc oü nous en sommes. Une Histoire des Pays-Bas, ou même des Provinces-Unies, riexiste pas encore et ne sauroit exister. L'insuffisance de tout ce qu on nous a donné sous ce titre, est manifeste...." (Prolégomènes, p. 28*). Of dat ook duidelijk was! En meer zelfs dan ik daar zoo even beweerde. Want als eene geschiedenis der Nederlanden nog niet eens kon bestaan, hoe zoiv dan het Handboek dien titel verdienen?

Hoe groot, hoe uitstekend dan ook de verdiensten van GnoEn mogen geacht worden op het gebied der historie, niet als auteur van het Handboek staat hij zoo hoog. Eene andere, niet minder gewichtige taak was voor hem weggelegd. Hij heeft het terrein onderzocht, veel wat aan vroegere onderzoekers in den weg had gestaan, met vaste hand verwijderd, nieuwe bouwstoffen aangebracht. Dat is zijn roem, die hem door niemand zal worden betwist. Dien roem heeft hij behaald met het schrijven zijner Archives. Op den rijken inhoud daarvan is al gewezen. Maar om over het geheele werk een gemotiveerd oordeel te vormen, heeft men klaarblijkelijk aan die algemeene aanduiding niet genoeg. Wij zullen dus daaromtrent in eenige bijzonderheden moeten treden.

13

Sluiten