Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat hij misschien verplicht zal zijn, om voor de vuist te spreken.

S. Kom, kom, vriendlief! Die heeren hebben allen al eene rede in voorraad. Buitendien, op dat thema is zelfs het voor-de-vuist-spreken zoo heel moeilijk niet. Ik geef toe, zoo het er op aankwam voor een gehoor van Peloponnesiërs eene lofrede te houden op de Atheners, ') of omgekeerd, den lof der Peloponnesiërs te verkondigen voor een Atheensch publiek, — dan ja, werden er buitengewone redenaarsgaven vereischt, 0111 instemming, toejuiching, lof, van zulk een gehoor te verkrijgen; maar wanneer iemand zijn spreektalent mag vertoonen te.midden van hoorders die door hem worden bewierookt, dan schijnt het mij niets buitengewoons, zoo hij met zijn spreken de algemeene goedkeuring wint en voor groot redenaar doorgaat."

Het zal niet noodig zijn de fijne, echt-attische ironie te doen uitkomen, waarvan geheel dit stuk is doortrokken. De Atheensche feestredenaars zijn hier naar het leven geteekend; hunne manier komt duidelijk uit. Om zelf den lof in te oogsten van het publiek, overstelpten zij het ijdele volk met lauweren en bloemen: aan tijdgenooten en voorgeslacht deelden zij met kwistige hand lof, eer en onsterfelijkheid uit, waar en onwaar, historische feiten en mythologische legenden, wat de kroniekschijver meldde, en meer nog wat de dichter verzon, alles werd door die sprekers gebezigd om kransen voor den volksroem te vlechten. Is het dan wonder, dat een volk zoo verzot op roem, zich ten hoogste ingenomen toonde met die alle maat te buiten gaande vleitaal? Dat het ook den feestredenaar aan geene uitbundige toejuiching ontbrak ? Hoe juist toch teekent de schrijver den eersten indruk door den muzikalen lofgalm der feestrede op de gemoederen der hoorders gemaakt!

1) Peloponnesiërs en Atheners stonden destijds even vriendschappelijk tegenover elkander als thans Turken en Russen.

Sluiten