Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardoor het voortaan den boer, in navolging van den koopman, mogelijk zou zijn tot zekerheid van geleende gelden producten te doen strekken, die hij zelf in bewaring hield. 1) Zeer gunstige bepalingen gaf een wet van Juli 1900 voor de „sociétés ou caisses d'assurances mutuelles agricoles."

Indien deze gratis worden bestuurd en geen winst beoogen, zijn ze vrij van alle formaliteiten, aan welke assurantiemaatschappijen volgens de wet van 1867 onderworpen zijn, en staan ze geheel gelijk met vakvereenigingen, bedoeld in de wet van 1884. Ook zijn alle stukken (met één uitzondering) vrij van zegel- en registratiebelasting.

Deze vereenigingen, dienende tot assurantie tegen brand, veeziekte, hagel etc. worden ook van staatswege gesubsidieerd. 2) In Juli 1901 werd in Frankrijk volledige vrijheid geproclameerd voor vereeniging van personen „ayant un but aulre que de partager des bénéfices." Alleen religieuse congregatie's blijven voortaan aan beperkende bepalingen onderworpen. 3)

Eindelijk is in Mei 1902 door den minister van landbouw een wetsvoorstel ingediend tot instelling van departementale kamers van landbouw, gekozen door boeren en door arbeiders, die twee jaar in hetzelfde bedrijf werkzaam zijn geweest (sinds 1852 worden de leden door den prefect benoemd; naast die kamers staan sinds 1851 de door den prefect geautoriseerde vrijwillige vereenigingen, bekend als comices agricoles). 4)

En intusschen werden van af 1881 allerlei gedeelten van den ontworpen Code Rural — waarover straks — in het Staatsblad opgenomen.

1) Om tegenover derden te kunnen werken moet het stuk worden ingeschreven in een publiek register ter griffie van het kantongerecht; ibidem p. 79.

2) Ibidem, p. 857.

3) Ib., p. 825.

4) Ib., p. 856, 857.

Sluiten