Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Foi. 276 v. Eenen Brief

van Clement Henricksz,

die hy wt de geuanckenisse ghesonden heeft tot Amsterdam, ende is daer na ter Beluer stede aen eenen staeck geworcht ende gebrant,

int iaer 1569. den 17. Decembris ').

ICk wensche v mijn lieue ende beminde in den Gheest ende na der waerheyt (als ick dat verhope) ende in een kennisse des ge-

1) Een der slachtoffers van de spaanschgezinde reactie te Amsterdam na 't jaar 1566 en na de komst van Alva. Zie over hem Ter Gouw, Geschiedenis van Amsterdam, VI, bl. 280 en de daar aangehaalde plaatsen en stukken. — Behalve dezen brief hebben de verzamelaars van het Groot Offerboek van 1615 nog vier andere brieven van Clement Hendriks in handen gekregen en afgedrukt: ook Van Braght nam alle vijf op. Volgens de amsterdamsche sententie- en justitieboeken is Clement te gelijk met Quirijn Jansz., een varensgezel uit Haarlem (die evenals Clement den doop nog niet had ontvangen maar betuigde hartelijk daarnaar te verlangen, en die insgelijks evenmin nog »'t Breecken des broots ontfangen" had), en Willem Jansz. uit Waterland 12 Maart 1569 wegens hunne deelneming aan menniste vergaderingen en hardnekkige ketterij veroordeeld om geëxecuteerd te worden met den viere. Dit vonnis is toen ook aan de beide laatsten en aan nog een an(jer — »onse andere drie broeders sijnder al doorgestreden", schrijft Clement aan Grietje Dirks, Van Braght, bl. 496 b, — voltrokken. De executie van Clement daarentegen is telkens uitgesteld totdat ook hij 10 December 1569 op den brandstapel stierf. Zie over dat uitstel J. Koning, Geschiedkundige aanteekeningen betr. de lijfstraffelijke regtsoefening te Amsterdam, 1828, bl. 21—21, en Dr. Hoog, De Martelaren der Hervorming, bl. 175, 176.

Clement is, hoewel amsterdamsch poorter, eenmaal zwaar gefolterd, 'tgeen hij zelf in een zijner brieven omstandig beschrijft ; dat het niet nog een tweede maal gedaan werd. had hij aan de tusschenkomst van den bekenden Joost Buyck te danken, zie zijn brief bij Van Braght, bl. 500 6. Ook de burgemeester Albert Dircks Marcus, die, roomschgezind, bij de genoemde reactie wéér op 't kussen was geraakt, wendde volgens fol. 278 vo met anderen alle moeite aan om Clement tot afval te bewegen. «Schepenen, ghehoort het rapport van eenighe gheestelijcke Heeren, ende den voorz. Clement, selfs in judicio ghehoort hebbende, verhoepen mitten hulpe Goods, dat hij bij acces van goede heeren tot onsse oude catholijcke religie bekeert soude moeghen worden, ende zijn zyele ghewonnen": Confessieboek der stad Amsterdam, fol. 169 v°, Koning, t. a. p., bl. 22. Al die bemoeiingen als-

Sluiten