Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van strijd met de Schrift zich aan deze houdt') en erkent, dat de bedoelde kerkvaders op meer dan één punt hebben gefaald2). In merkwaardige historische betoogen tracht hij het bewijs te leveren, dat deze en die dwalingen gedurende de eerste vier-, vijf- of zeshonderd jaren 3) in de Christelijke kerk niet zijn voorgekomen. Ontelbare malen beroept hij zich op Tertullianus, Cyprianus, Origenes, Ambrosius, Chrysostomus, Hiëronymus, Augustinus; ook op Irenaeus, Cyrillus, Lactantius, Hilarius, Eusebius, Basilius, Theophilactus, Theodoretus; van de latere kerkvaders zelfs op Bernardus. Op dit punt is de geestelijke verwantschap met Erasmus en diens volgelingen zooals Georgius Cassander en Joannes Venator4) onmiskenbaar.

Plaatsgebrek verhindert mij uit te weiden over de stichtelijke waarde, den eigenlijken zedelijk-godsdienstigen inhoud van dit boek.

Om dezelfde reden kan ook de bestrijding door Joannes Bunderius 5) nog slechts met een enkel woord besproken worden. Dat deze bekwame Dominikaner tegenover „Der Leken Wechwyser" een boek in de Latijnsche taal van heel wat grooteren omvang plaatste, bewijst wel, dat hij aan dit werk groote beteekenis toekende 6). Zekere minachtende uitlatingen over zijnen tegenstander

lxx»; Lxxxijr; Lxxxiij"; hierachter, blz. 137, 141, 149, 154, 150,175, 179, 184, 193, 200, 211, 212.

1) Der Leken Wechwyser, fol. cxxvi*; cxxviijf; CLXXXVij'; ccijr; hierachter, blz. 253 vlg., 255, 313, 327.

2) Aldaar, fol. XLiij»; XLviij»; üijr; xcijt; cxxij»; CLXxvij" ; hierachter, blz. 175, 180, 184 , 220, 249, 303.

3) Aid., fol. xxix»; xxxiiijr; xr.iiij; XLix'; i.xxiiij'; i.xxvir; i.xxxvi'; xc'; xcij»; xcvijr; hierachter, blz. 162, 166, 176, 181, 203, 205, 218, 220, 225.

4) J. Lindeboom, Johannes Venator, in het Nederlandsch archief voor kerkgeschiedenis, 's-Gravenh. 1905, N. Serie, Dl. IV, blz. 19.

5) Over Bunderius zie: Quetif et Echard, Scriptores ordinix praedicatorum, Lut. Par. 1721, in fol., T. II, p. 160 seq.; Foppens, Bihliotheca helgica, Brux. 1739, in 4", T. I, p. 595 seq.; [Paquöt], Memoires, Louv. 1764, 8°, p. 235—240.

6) Pas een jaar te voren had hij laten verschijnen : Compendivm // Concertationum II in qvo omnes hvivs secv-Hli haereses confunduntur, ex .iacrorum Hi-l bliorum fonte, sanctorumque virorum // authoritatibus, congestum, Au-Hctore D. Ioan. Bunde-Hrio, Praedicatorij ordinis. [Vignet met randschrift: concordia res parvae crescvnt] Antverpiae, // In aedibus Ioannis Steelsij sub//scuto Burgundiae, Anno// M. D. LV. II Cum privilegio Caesareo. // Formaat: klein in-8°. Letter: Romeinsch. Buiten titel, index en opdracht (16 fol.) 228 genummerde bladen. Signatuur: A 2 — HH 3. — Dit geschrift is gericht tegen Oecolampadius en Bucerus of

Sluiten