Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangesproken als de „minlike Here" '). De Heer roept ons „minlic" tot Zijn goddelijk woord 2). De geloovige is een „vaetken , daer God in rusten wil3). Christus heeft ons „dat Testament der liefden" achtergelaten *). God geeft ons met Zijne liefde, zaligheid, heiligheid, rechtvaardigheid en verlossing5). Op de eene bladzijde lezen wij dat Christus zich in ons heeft gestort door zijn woord 6), op de andere, dat God zich in ons heeft gestort door Zijne liefde '). De Heer houdt den geloovige voor Zijn allerliefste8). Door het ongeloof wordt de mensch „koud" in God9). Daarentegen heeft de geloovige „lust" in God; hij verheugt zich in God; want God wil ons verblijden met geen geringer geschenk dan met Hem zeiven 10). Op verscheidene bladzijden wordt gehandeld over de innerlijke verlichting, die het deel wordt van den vrome. Men kan onmogelijk nalaten hierbij te denken aan den aanhef der „Imitatio "). Wie in Christus zijne zaligheid ziet, wordt van God verlicht1 ).

„Die Here heft hem seluen als een licht in onse herten gliegeuen, als wi hem so lieflic doer syn woort in sijn liefde hebben leeren kennen Dat woort ist licht ende die spise der Hielen, doer twelcke die liefde Grods ons openbaerlic wort geopenbaert. Op dat wi dan vruchtbaer ende dancbaer voor den Here geuonden mogen worden. So wil die Here ons leyden ende drinen met sijn licht om ons te verlichten, ende te leeren al tgene, daer onse sondige siele mede mach vertroost ende verblijt worden in God die ons lief heft" ").

Het komt er nu op aan in dit licht te wandelen '4). Het geloof

1) Een profitelijck Roecxken, D, bl. ijr; hierachter, blz. 553.

2) Aldaar, C, bl. viij'; hierachter, blz. 551.

3) Aldaar, E, bl. i»; hierachter, blz. 562.

4) Aldaar, D, bl. ij'; hierachter, blz. 553.

5) Aldaar, D, bl. i'; hierachter, blz. 551.

G) Aldaar, D, bl. iiij'; hierachter, blz. 556.

7) Aldaar, D, bl. ij'; hierachter, blz. 553.

8) Aldaar, B, bl. v', viij'; vgl. D, bl.i'; E, hl. ij'; hierachter, blz. ;>37,540,551, 563.

9) Aldaar, C, bl. viijr; hierachter, blz. 550.

10) Aldaar, C, bl. i', viijr; D, bl. i'; C, bl. vr; hierachter, blz. 542,550,551,546.

11) De imitatione Christi, L. I, c. 1: Q u i sequitur me, non ambulat in tenebris, sedhabebitlumenvitae. Haec sunt verba Christi, quibus admonemur quatenus vitam eius et mores imitemur, si volumus veraciter illuminari, et ab omni caecitate cordis liberari.

12) Een profitelijck lioecxken, C, bl. vij»; hierachter, blz. 550.

13) Aldaar, E, bl. iiij'; hierachter, blz. 566.

14) Aldaar, E, bl. iiij'; hierachter, blz. 566.

Sluiten