Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladzijde door Bouterweck ') in druk gegeven is, bekendheid met bl. 11 vg. van de „Ordonnantie" verraadt. Dit is mogelijk; maar de overeenstemming bepaalt zich dan toch tot een tweetal bovendien in dien tijd en kring weinig singuliere denkbeelden: ééns een woord over den doop en ééns het zeggen „bijnnen eyner kurtzer zijt wurt der her kommen". Verder geen letter, die aan de „Ordonnantie" doet denken. Evenmin ergens elders een spoor van bekendheid met dit boekje, dat ook onder de geschriften van Hoffman, die aan de Straatsburgsche synode van 1533 zijn voorgelegd, niet voorkomt. Intusschen, daaronder ontbraken meer van zijne werkjes. Het schijnt van toevallige omstandigheden te hebben afgehangen, welke men er wèl bij de hand had, welke niet.

Voegt men nu hierbij, dat noch de „Ordonnantie' noch een van Hoffman's verdere geschriften in een der Indices librorum prohibitorum uit de 16de eeuw met name wordt genoemd, behalve alleen in den leuvenschen van 1570 3) de „Sendebrief... to den Romeren verclaert"; dat anders en dan nog alleen eene enkele maal slechts zijne werken in 't algemeen worden opgegeven; voorts dat zij nergens noch door geestverwanten noch om ze te bestrijden worden aangehaald: dan zou men misschien geneigd worden te vragen, of wellicht die geschriften ook weinig verbreid waren en of dienovereenkomstig de invloed, dien zij hebben geoefend, misschien niet dan uiterst beperkt is geweest? Maar dit vermoeden is buitengesloten door wat Cornelis Polderman4) over de bekendheid daarvan in ons land om en bij het jaar 1533 mededeelt; door de „Bekentenisse" van Obbe Philips, die zelf het sprekend bewijs is, hoe vertrouwd men hier, in Friesland althans, met de door Hoffman uitgegeven profetieën was; door het feit,

1) K. W. Bouterweck, Zar Literatur und Geschichte der WiedertHufer, besonders in den Rheinlanden, z. pl. en j. [1864], S. 4.

2) Zie de opgaaf daarvan bij Zur Linden, aangeh. werk in de Bijlage V, S. 445 fgg.

3) Eigenlijk in den „Appendix", in dat jaar door Alva aan den Trentschen index toegevoegd: zie Sepp, Verboden lectuur, 1883, bl. 244. De vermelding van „Melch. HofTmanni Opera omnia" vindt men voor het eerst in den Index van Paul IV, 1559; zie Reusch, Die indices librorum prohibitorum des 16. Jahrh., 1886, S. 273; zij is in eenige volgende, die van 1564, de portugeesche van 1583, enz. overgenomen.

4) Zie Röhrich, Die Straszburgisclien Wiedertilufer, in Niedner's Zeitschrift, 1860, S. 73 fgg. en over die plaats Dr. A. Hulshof, Geschiedenis van de Doopsgezinden te Straatsburg, bl. 118 aant. 4.

Sluiten