Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Het voornaamste geschrift van een schrijver die, hoewel thans bijna

vergeten, onder de nederlandsche Doopsgezinden tot in den aanvang der 17de eeuw een man van invloed is geweest en die van die eeuw af door de Unitariërs als een hunner voorgangers is geëerd; een geschrift, door een zoo gezond, zoo eerlijk, zoo onbevangen inzicht in Bijbel, godsdienst en Christendom ingegeven als men elders in de 16de eeuw zelden ontmoet; met ongemeenen zin voor de werkelijkheid; even warm en vroom als levendig, frisch, oorspronkelijk gedacht; en waarin bij alle geleerdheid van den auteur ook de laatste zweem van scholastiek en dogmatisme wordt gemist, gelijk niet minder iedere scherpe of hooge toon over anderen in zijne polemiek of, wil men, in de rechtvaardiging van zijn eerlijk gelooven; een werk eindelijk, dat slechts in een enkel exemplaar meer aanwezig is: — indien eenig geschrift om schrijver, inhoud, beteekenis, vrees dat het verloren mocht gaan, er aanspraak op heeft in de „Bibliotheca" te worden opgenomen, dan zeker het „Vnderscheit".

Het is niet moeilijk de plaats van den schrijver tusschen de andere toongevende personen en geestelijke stroomingen in ons land te bepalen. Een ketter in het oog van schier allen, is hij geen humanist: van liefde voor de klassieken is bij hem geen spoor en voor Erasmus c. s. zou zijne afkeuring van de instellingen en traditiën der roomsche kerk veel te sterk zijn geweest. Geen libertijn: Coornhert zou weinig instemming hebben betuigd met Pastor's liefde voor gemeente en doop, met diens eerbied voor avondmaal en ban; en dit, al ziet de laatste evenals de eerste alle dingen aan op hunne waardij voor deugd en rechtschapenheid.

Sluiten