Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heit der Christelyke Keligie, sekre Voorreden geschreven. Dese is lang voor 's Keisers plakkaet gedrukt. In de selve heb ik, meer uit onvoorsichtigheit dan krijgelheit, de geene die den Christenen met eenige dienstbaerheit beswaerden berispt, en dat ten dien tijde, toen 't seggen en schryven van sulke dingen noch niet verboden was, en sulke schriften overal en by elk met toejuyching wierden gepresen '). Zonderlinge uitvlucht! De klaagzang tot Geldenhauer bevat opnieuw eene treffende beschrijving van den vreeselijken toestand, waarin de dichter gedurende een paar maanden in de gevangenis te Brussel gedompeld was:

.... „non est noctuve dieve Ulla quies; noctem optamus, sed somnus acerbus Ant properat spectris, aut mox procul aufugit; inde Optamns lucem, sed lux invisa dolorem Intendit, longo miseris vel longior anno.

Clandnnt infoelix immensa repagnla claustrum Obice ferrato, crebris ferrata colnmnis Altera pars horret, squalentem habet altera murum,

Vix nisi per tenneis coeli exoptabile lumen Aspicimus rimas, spissis obtnsior aura Incrassata nmbris, flatus oSendit anhelos Pulmonis miseri et tetro contristat odore Infirmas nareis; nulla hic solatia, nullus Est hominum accessus, nemo hic confortat amico Colloquio miseros, soli atra animalia mures Et nigri pulices et pendula aranea filo Se librans tenui atque horrenda silentia, circum Triste sodalitium praestant Iugentibus, atque Interdum turpes tristi solamine glires Nos circum dncunt choreas".

Opmerkelijk is de schildering, hoe Christus zelf hem komt vertroosten in den kerker:

„Optimus hand quaquam Christus nos deserit! Ecce,

Christus adest, micuit paries, micnere columnae Carceris et tremulo resplendent lumine diri Fornicis anfractns; medio stans lumine Christus Accedit moestos" ....

1) Bij Brandt, a. w., blz. 72.

Sluiten