Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met dusdanighe manier een Biscop off (dat sy voor een houden) bl. 128. een leeraer opwerpen, so // sullender soe veel scheurkercken comen, alsser rasende onghehorsame menschen vergadert syn. Dit laten wy steken, ick treff myn materie die ick voor heb. Iacob kent hier Menno voor een oprecht leeraer, onstraffelick van leuen, een wtuercoren harder vande schapen Christi, met desen wil hy handt aenhouden, dese wil hy syn nauolgher syn, van desen wil hy beroemen syn seynding aff te comen en authoriteyt te hebben. Ende Hy verbant') de verblinde mensch siet niet, dat hy syn opperste Apostel van synen Aerts- (J0dt vercoren en beuesticht, als een ketter verbant, en syn discibiscop Menno pUjcn en(]e nacomelinghen. YVant Menno leert soe inde articulen syiTseynding. van VVismer, als in den brief2) gheschreuen aen Hoyte Reynx en op andere plaetse meer, als voer verhaelt is, dat men die buyten troude sullen wederopnemen, nietteghenstaende dat hy die vverltsche persoon, die hy buten ghetrout heeft, niet en weet tot de ghemeynte te trecken. Iacob verbandt dese sonder ghenade ende die anders leeren off practiseren, verbant hy als ketters. Vorder van de heymelicke groue sondaer, ende vande sondaer die berou bl. 129. van syn son//den heeft, leert Menno alsdus. Iae doch soeheteuenIn syn ban- wel tot enigher tyt gheschiede, dat hem ymant heymelick, in fTV(T en'S^e vleysselicke gruwel, teghen syn Godt besondighe (daeruor 0 • jjy on8) d0er syn stercke cracht, alle wil bewaren) en hem die

gheest der ghenaden Christi, die alleen de rechte boete in ons wercken moet, wederom in syn herte aengrepe, ende met een oprechte boete beschenckte, daeraf en hebben wy niet te ordelen: want het tuschen Godt en hem staet. VYant nademael het openbaer is, als dat wy onse gherechticheyt ende salicheyt, die quytscheldinghe onser sonden, voldoeninghe, versoeninghe ende dat ewich leuen, niet in den ban, noch doer den ban, maer alleen in Christus gherechticheyt, voorbidden, verdiensten, doot en bloet, soecken en hebben: ende nu die twe eygentlicke eynden, waerom de ban vande schrift beuolen is, gheen recht noch plaets aan hem

1) De bedoeling is natuurlijk: hij verwerpt diens leer; of: hij zou Menno bannen, wanneer deze nog in leven ware.

2) Mij onbekend.

3) Een grondelijcke onderwijs oft Bericht van de Excommunicatie. De uitgaaf, hier aangehaald, is die, welke deel uitmaakt van den bundel, 1562 gedrukt, die Een Fundament enz. tot titel heeft: zie boven bl. 61 aant. 1. Zij w\jkt in de volzinnen, door de Successto hier overgenomen, sterk af van de eerste en afzonderlijke uitgaaf van het geschriftje, 11 Juni 1558 gedrukt. Harrison, de uitgever van de Opera Omnia Menno Symons, 1681, volgde weer dezen oudsten druk, niet dien van 1562. De wijzigingen in dezen laatste kunnen moeilijk van de hand van Menno zijn, die reeds in Januari 1559, kort na 't verschijnen van de eerste uitgaaf, was overleden.

Sluiten