Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der wt den Dam, een oproerich Wederdooper. De Wederdoopers willen de Wereldt straften.

Fol. 79.

Een nieuwe Rotterye der Wederdooperen binnen Oldenelooster in Westurieslandt.

Wat de Eotterye wt het 01declooster aen de rotterye van Sandt gheschreuen heeft.

De vrouwen beweghen hare mannen met suchten ende

schreyen.

[Fol. 79 b.] De Capiteyn van dese Eot-

landt omgheloopen: een yeghelijck van zijnen medeghesellen ende anderen gheleert, vermaent ende inghebeeldet, hoe dat Godt noch een straffe ouer de boose Wereldt verordent hadde, dewelcke door hen nu soude wtghericht worden, hoewel dat sy nu eenmael (seyde hy) te vroech, voor der rechte tijdt ende vre, te weten, eer het ghebedt der Heylighen van Godt verhoort was, aenghegrepen ende aho mishandelt hadden, etc. Ende heeft also met sodanighe ende diergelijcke woorden, deselue Opinie ende waen van het beginnen oft oprichten des aertschen nieuwen Bjjcks (ia des nieuwen Oproers ende Rotteryen) met grooten ernste ghedreuen, opdat de arme verleyde lieden, dese boeuerie niet aenmerckende, van dat oproerige voornemen doch niet // souden afstaen, hoewel sy nu eens onderbleuen '), ende tot grooter schanden ghecomen waren.

Daerentusschen, nadat dese voorghenoemde Oproerders also verstoort, ende tot schande ghecomen waren, ende dese Hans Wantscheerder also omgheloopen hadde, ende liep, soo versameiden ende rotteden hen wederomme een ander groote menichte der Wederdooperen binnen Oldenelooster in Westurieslant in de Meerte des Iaers 1535. als bouen int 10. Cap. deses boecks van Bullingero wijder beschreuen ende aenghewesen werdt.

Dese schreuen wt dat Clooster aen die voorgenoemde verstroeyde Sandtrotterye op dese wijse. Soo lief als hen Godt ende dat heylighe Euangelium ware, dat sy hen terstondt wederopmaken, versameien ende tot hen comen souden in dat Clooster, als in die ghewisse plaetse der behoudinghe, dewelcke God zijnen volcke tot ghewisser bewaringhe ghegheuen hadde, etcet. Daertoe heeft die voorghenoemde Hans met sommighe anderen geen cleyne aenlockinghe ende toestoeckinghe 2) ghedaen: Want hy heeft terstondt in de eerste Vergaderinghe wel by de tseuentich ghewapende Mannen by een ghebracht, om alsoo voort na Oldenelooster te trecken.

Doe nu dit aldus wederom opt nieuwe begonde, soo waren daer sommige Wijuen, van dieselue vergaderde Mannen teghenwoordich, dewelcke met veel suchten, schreyen ende iammerlijcke dachten hare Mannen op dese wijse aenspraken. Och, och, siet hier uwe arme Weduwen: Och hoe wilt ghy ons met onsen cleynen Kinderkens so iammerlijcken verlateu ? etc. Door welcke clachten sommighe Mannen soseer vertsaecht ende beweecht werden, dat sy wenscheden, datmen hen het hooft terstondt afslaen // mochte, eer sy voorder medetoghen. Ja sooseer, dat oock Hans selue een Slachsweert hebbende, van grooten angste ende verschricktheydt zijn

1) In een jammerlijken toestand of de minste blijven.

2) „Toestoecken" voor „toestoken": opstoken, aanhitsen.

Sluiten