Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Broer Cornelis Sermonen '), laet ick anderen nadencken: hoe wel wy arme onervarene menschen te dier tijdt suycker daer uyt sogen, 't welck ons nochtans geheel geen voedsel en gaf: gelijck noch in dese ellendige verleyd-achtige tijd by seer veelen geschiet.

Dese Jan van Ophoren, dien ick soo seer wel gekent hebbe, nae dat hy in zijnen tijdt in de menschelicke instellingen vast seer gelopen ende gedreven, oock het schuwen ende myden, niet alleen tusschen man ende wijf, maer oock van geheele huys-gesinnen, daer een gebande man ofte vrouwe in was, dapper in-gevoert, geleert, ende diep in veeier menschen herte ingegriffijt hadde, is ten laetsten soo wijdt ende verre ghedwaelt ende ghekomen, dat by alle Ylaemsche Leeraers ende Gemeynten (gelijck ick selfs uyt zijnen mondt ghehoort hebbe) oordeelde ende achtede van den rechten gront ende fondament der waerheyt afgeweken te zijn; ende dat hy ende zijne Huys-vrouwe alleen met Helia den Thisbiter over-ende te rechte staende gebleven waren. "VVaer over hy oock, als een koenmoedigh ende mannelijck helt, voor zijn eygene waerheyt gestaen, ende eenige van de in zjjn sin dolende Vlaemsche Leeraers, ter presentie van zijne voornoemde Huys-vrouwe, als zijn eenige ende waerachtige getuyge, den Ban verkondicht heeft.

Meer als hy (Jan van Ophoren) daeromme van de Vlaemsche Gemeynten verlaten, ende tot Norden in Oost-vrieslant metter wooninge gekomen was, heeft hy aldaer seer soberlijcken leven ende armelijcken sterven moeten, alsoo dat de geene, die noch medelijden over hem droegen, ende de meeste handreyekinge deden, zijne beste ende grootste vrienden waren. Dit hebbe ick alhier moeten verhalen, eensdeels tot een bewijs ende exempel van de bl. 41 won-//derbaerlij cke ende rechtveerdige straffe des Alderhooghsten over die neus-wijse schijnheylige verleyders des onnoselen volcks ende ander-deels op dat ick hier mede andere nu noch levende leytsluyden uyt liefde, indien 't mogelick ware, eenighsins waerschouwen ende dienstelijck zijn mochte. Gelijck dan verhaelt is, dat die van de Yriessche partije ten eersten als verwoede menschen gebannen, geschuwet, gemijdt ende tot in den hoogsten graet des verblinden vleeschelijcken yvers geloopen, ende het kleyne beginsel des geestelijcken wereks des Heeren verstoort hebben, alsoo

1) De bekende Historie en Sermoenen van Broer Cornelis Adriaensz. van Dordrecht, voor het eerst in 1569/78 en later herhaaldelijk uitgegeven. Zie daarover Doopsgezinde Bijdragen van 1899, bl. 145 vgg. Van Ghendt's gelijkstelling gaat slechts ten deele op. Aanmatigend is zoowel Broer Cornelis als Jan van Oplioorn; maar wat in den eerste steeds het meest de aandacht heeft getrokken, zijne ergerlijke grofheid en onkieschheid van taal, ontbreekt bij den tweede.

Sluiten