Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde beuestighen. Hier op 8ijn sy vanden anderen ') gescheyden, na dat sy eenen anderen dach bestemt ende verordent hadden 2) sommige hebben brant geroken ende voor eenighe verraderie beFol. 7 vreest ende besorcht geweest. Maer // Christoffel, die de sake begonnen hadde begheerdese met Gods hulpe te volbrengen: ende was daer toe te vlitiger ende vieriger, om dat de voornoemde Margriete hem toegheseyt hadde, dat in dien hy haer conde winnen, O wonder- wel3) hondert met haer soude winnen. Ten anderen was hy daer liickeghe- (Joor 0ock beweecht, om dat sy van rouwen ende groot verlangen ueynsteyt. (80 8y haer gebaerde4)) eens in groter siecten geuallen was, om datmen weygerde oft ymmers te lange vertoefde met haer te spreken, te onderwisen, te vermanen ende te troosten. Deur dese dobbelheyt heeft den goeden ende eenuoudigen man iammerlick bedroDe tweede gen geweest. So is dan ten eynde de tweede tsamensprekinge disputatie. ontrent den xxvi. Iunij tusscen Fabritium ende den voorscreuen Prochiaen5) toeghegaen. In dese disputatie heeft den Prochiaen aldererst wat voortgebracht ende geallegeert wt Augustino, dat hem dochte goet ende tot sijnder materie behulpich te sine. Dese Tranaubstan- sententie Augustini handelde van het Nachtmael ende vander trantiatie. substantiatie, dat is, van de veranderinge des broots in vleesch,

Hocestenim en(je jeg wjjn8 jn bioe(; joor cracht van vijf woorden, die daer corpus meum. . J , ' , J

ouer gelesen ende gesproken werden. Hier op heeft Fabritius

ander plaetsen ende allegatien (die veel claerder waren) ooc wt Fól. 8 Augustino voort gebracht, Augu-//stinum met Augustino wederleggende, oft ymmers verclarende ende wtleggende, ende begeerde vanden Prochiaen dat hise lesen wilde. De Pastoor spitich antwoordende sprack dat hise selue lase: twelc by Christoffel gedaen sijnde, so en heuet6) de Pape also niet willen verstaen, mner siende dat hy te seere duer 7) die plaetsen ende meer ander (die Fabritius wt die oude vaders voort bracht) ghedrongen werde, heeft finalick Augustinum ende alle de oude vaders ende Leeraers der kercken, wa'er onder (^aer °P hy ^em eerst beroepen hadde) met eenen hoop tsamen ander vvoor- verworpen, ghelijck hy van te voren in de eerste tsamensprekinge den staet dat geen schriftuer en wilde ghealligeert hebben, ia dat meer is, ende Christi'niet groot:elicx te verwonderen, de eygen decreten sijnder kercken 8) (die vleeschelijck aJ nochtans meer achten ende in meerder weerden hebben dan de metbnyck heylige schrift ende oude vaders) om dat de voorgenoemde plaet-

1) „Vanden anderen" wil zeggen : van elkander.

2) Hier zou eene punt behooren te staan. 3) „Hy" wordt niet herhaald.

4) Haer gebaerde, d.i. zich voordeed. 5) Pastoor der parochie.

6) Heeft het. 7) Lees : deur 1

8) Bedoeld is het Corpus iuris canonici. De op den rand genoemde plaats in het

Decretum van Gratianus is eene vrije aanhaling van c. '»4. 47. I). 3. de consecr.,

in de uitgave van Friedberg, Lips. I87!ï, P. I, col. 1330seq.

Sluiten