Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64, 117, 258, 483 v.; zegen aan vervolging en martelaarschap verbonden, 118-120 (en de aldaar aangehaalde bladzyden).

Menno Simons. 487, 488.

Menschengeboden. Overtreding daarvan is geen doodzonde, 27; 41, 42, 95, 107—109 [n0. 33 (vasten, biechten eens per jaar, waarnemen der feestdagen); n0. 49 en n°. 50 (opzeggen der getijden)].

Merlin, J. Eaymond, hoogleeraar te Lausanne. 470 v.

Merula, A., martelaar. 25.

Michelsen,H., burgemeester van Malmö, later thesaurier van Chris-

tiaan II van Denemarken. 142 143. '

Mikron, M. Naam, 185; is eerst

predikant te Londen (185), sedert 1554 predi kantte Norden (182, 185); doopt een kind van H. vander Katelyne, 182; zijne geschriften, 180, 185 v., 488; heet ten onrechte de schrijver van de „Hist. ende ghescied. Chr. Fabritij ende O. Bockii", 272. J

Mis. 28; 40, 42, 82—84, 102 v., 106 [n0. 16, 17, 39, 46, 47]; is eene offerande en het eerst door Christus gecelebreerd, 479 v.; brief

van vj-, de bres aan de gemeente te Valenciennes, 561—592; dispuut

luascnen dezen en bisschop J. Richardot, 593—614.

M. N., afkorting van „Magister noster'' of „Magistri nostri". Wie met dezen aangeduid worden, 35 2, 53 3.

M o n i c a , moeder van Augustinus. 503.

Monniken. Waarschuwing tegen hen (ook tegen Jezuïeten en anderen), 415—417.

Mont-d'azin, galgeveld buiten Valenciennes. 642.

Moulbay, Monsieur De. 502.

Münzer, Th. 28, 487, 488.

N.

Noot, H. van der, kanselier van Brabant. 6, 16 4, 38 4.

O.

„Oberste general procurator". 167 (vergel. 185 !, 212, 213). Oecolampadius. 594, 596.

O g u i e r, vervolgde familie te Rijssel. 467.

Oldenborch, N. van, drukker

te Emden. 122.

Oliesel (laatste). 27, 28; 41, 92, 94 [n0. 19, 321.

01 i m p i u s , Spaansch bisschop uit de 5de eeuw. 72.

Oorbiecht. Zie Biecht.

P.

Paaschlam. Is „den doerlydt des Heeren , 226; „den duerganc des Heeren", 314. — Vergel. Pascha.

Pascha. Verklaard als „transitus", 314®. Vergel. Paaschlam.

Pascha, J., prior van de Karmelieten te Mechelen. 8, 38; literatuur, 8 6.

Paschasius Radbertus. 559, 572.

Pastor, A. 487.

Paus. Zijne onfeilbaarheid, 279, 319 ; hij kan dwalen, 483; het zetten van den voet op den Bijbel bij pauselijke kroning, 319; het primaat van den paus, 41, 96—99 [n0. 35]; dispuut hierover, 505 (afgedrukt, 614—622).

Pausdom. Heftig aangetast, 27; 43, 112 v. [n0. 59]; is niet door Christus ingesteld, 27; 41, 96 v. [n0. 35].

Pauselijke macht. 27; 39, 43, 75 v., 112 v. [n0. 8, 59],

Pedersen, Chr. Heeft het Nieuwe

Sluiten