Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legenheid vond door het schrijven eener inleiding in denzelfden trant zijne grieven tegen de Sacramentariërs te luchten. Buiten Duitschland wonnen zij naar Westphal's meening maar al te veel aanhangers, terwijl men naliet hen te wederleggen. Wijl degenen die aan zoodanige wederlegging behoefte hadden geen Duitsch verstonden, bracht hij dit geschrift van Luther in het Latijn over om het als wapen ter bestrijding der „Sacramentariërs" te doen dienen •). In het j. 1555 heeft A Lasco in de opdracht zijner „Forma ac ratio" 2) de beide „Farragines" van Timan en Westphal ter sprake gebracht 3). In beknopten vorm heeft hij zich verweerd tegen de aanvallen die daarin op hem gedaan waren, voornamelijk tegen die van Timan 4), maar ook tegen die van Westphal, waarbij hij melding maakt van hetgeen er gebeurd is bij gelegenheid van hunne persoonlijke ontmoetingen te Hamburg nog vóór de reis naar Engeland5). Westphal bleef het antwoord niet schuldig. Weldra verscheen van hem eene „Gerechtvaardigde verdediging tegen de met ophef verkondigde leugens van A Lasco" 6). De voorrede is

inter te et mulierem, et semen tuum et semen ƒ/ illius, Ipsum conteret caput tuum, et tu II insidiaberis calcaneo eius. // Francoforti // apud Petrum Brub. // Anno Domini II 1554. II Formaat: in-8°. Letter : cursief Italiaansch. Signatuur : a 2—e 5. Aantal bladzijden: 79, genummerd. Aantal regels per bladzijde: 27, buiten den hoofdregel. Hoogte: 13.6 c.M.; breedte : 8.8 c.M. - Een exemplaar is my geleend

uit de Stadsbibliotheek te Hamburg.

1) J. Westphalus, Epistola nuncupatoria, vóór de Vera et propria enarratto,

p. 1 16. ... T

2) A Lasco, Forma ac ratio tota ecclesiastici Ministerii, bij Kuyper, Ioanms a

Lasco opera, T. II, p. I—283.

3) A Lasco's opdracht vóór het genoemde werk, Domino Sigismundo Augusto,...

Regi Poloniae, bij Kuyper, T. 11, p. 20.

4) De bedoelde opdracht, p. 20—26. Van dit verweer tegen Timan wordt zelts op den titel melding gemaakt: Cum bi eui etiam (in Epistola nuncupatoria) calumniarum quarundam refutatione : quae falso aduersus ipsum, in Martiniani cuiusdam apud Bremenses Pastoris farragine inspersae habentur.

5) De bedoelde opdracht, bij Kuyper, T. II, p. 22 sqq. - Het hieromtrent gezegde op blz. 179 van Jan Utenhove vereischt dus verbetering. — Westphal heelt hetgeen voorgevallen is bij die persoonlijke ontmoetingen op zijne wijze besproken in zijne aanstonds te noemen Ivsta defensio, quat. h, fol. 3 »—7».

6) Ioachimi II VVestphali ivsta // defensio, adversvs // insignia mendacia Ioannis h Lasco II quae in Epistola ad Sereniss. Poloniae // Regem, etc. contra Saxonicas Ecclesias // sparsit, cuius Exemplar, ut aequus Lector rei li ueritatem facilius quasi ex antithesi colligere // possit, VVestphali scripto sub // finem adiecimus. // Argentorati excv- ;debat Blasivs Fa-//brichrs, Anno //1557. — Formaat: in-8°. Letter:

IX. 2

Sluiten