Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v gheuen die sloetelen des Hemels etc. Waer wt sy willen gloseeren, dat Petrus van Christo ghesteldt is een hooft sijns Gemeents, een Heer sijnder Apostelen, alsoe dat die Christenen, sijn leering ende beuel, al hoedanich die is, moeten voer Christus leer, ende beuel houden, ende dat die selfde priuilegien doer een wettelick successie op die nauolghende Paeusen volgen, dat sy in Christus Gemeent noch altijt blxjuen, Wetgeuers, die dooden ende leuendich maecken: maer hoe rechtelicken, dat sy die woorden Christi interpreteeren, wil ick v wt die olde Doctooren declareren. Chrisostomus: Christus seyt niet, ick sal mijn Gemeente bouwen op Petrum: mer op den steen: want hy heft sijn Kerck niet getimmert op den mensch: maer op die belijdinghe // Petri. Beda: Christus seyt: Ghy sijt Peter, ende op desen steen, die ghy beleden hebt: Ghy sijt Christus die Soen des leuendijgen Godts, sal ick mijn Gemeente bouwen: dat is: op my selfs die Soene Godts: Ick sal v, timmeeren op my, ende niet my op v. Theophilactus: Alleen tot Petro is ghesproken: Ick sal v gheuen die sloetelen des Hemels: maerdese sloetelen sijn al de Apostelen ghegeuen, Als Christus sprack: Ontfangt den hylligen Geest: Al den ghenen, die ghy die sonden vergeeft, die sijn vergeuen etcet. Cyprianus: Christus heft al sijn Apostelen die sloetelen ghegeuen in die persoen van een, om dat2) hy haerder allen eenicheyt soude beduyden3), tgeen dat Petrus "nas, dat waren oock die anderen, van ghelijcke weerdicheyt, eer, ende macht: mer het beginne is van eenicheydt ghemaeckt, om dat des Gemeents eenicheyt soude beduyt worden. Augustinus: Dat in Petro niet was, dat misterij des Gemeents, Die Heer soude ] tot hem niet segghen: Ick sal v die sloetelen gheuen: want is dat i tot Petrum gheseyt: soe heft die Gemeente die sloetelen niet: maer heft se die Ghemeente: soe heft Petrus, // als hy se ontfenck, den , gantsche Ghemeent beteeckent.

Van de heerschappie welcken Petrus ouer die Apostelen, ende den Gemeent hadde, moecht ghy claer in de schriftuer sien, Aldus schrijft Petrus: Die ouden die onder v sijn, vermane ick, die daer 1 mede onder v een ghetuych ben der lijdenen, die in Christo sijn, 1 ende oock mede deelachtich der gloriën, die gheopenbaert sal worden: { eydet die Cudde Christi, die onder v is, ende voersietse, niet v

Beduydinge van dat woort ghy sijt Petrus.

Iacob . 4. Chrisostomus. Sermo .21. de penter. Fol. xcij r. Beda. 1 . Cor . 1.

Theophilactus ca. 16 in Math.

Die simplicit. prélat.])

Homel. 50. in Ioan.

Fol. xcij

1. Petri. 5. Wat heerder Apostelen Petrus gewest is.

1) Waarschijnlijk heeft de schrijver het oog op een geschrift, dat bekend is onder den titel: De singularitate clericorum. Het wordt echter sedert lang niet

Lon" 168866! CyP"anUS beschouwd- zie <>• Cave, Historie literaria,

2) „Om dat" heeft hier de beteekenis van „opdat".

verwachten^611' ^ a8nwijzen' uitdrukker.. Men zou hier eene punt of kommapunt

Sluiten