Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kintschap toebehoort, ende de heerlijcheyt, ende dat verbont, ende de Wet, ende den dienst Godts, ende de beloften, welcke oock de Vaders zijn, wt welcken Christus is nae den vleessche, die daer is Godt ouer al ghe-//benedijt in eewicheyt. Amen. Fol. 84'.

Maer dat is het vernuft ') onbegrijpelijck ende moet alleen met dat gelooue geuaet worden, dat Iesus Christus, die wt de Vaders is na den vleessche, dat de selue God is ouer al ghebenedijt in eewicheyt. Daerom seyt Paulus, a dat de Godsalighe verholentheynt2) l.Tim.3.b.l5 groot is, te weten, dat Godt geopenbaert is inden vleessche, gherechtueerdicht inden geest, verschenen den Engelen, gepredict den Ileydenen, gelooft vander werelt, opgenomen inder heerlijcheyt.

Dese verholentheit en conde de Apostel Thomas ten eersten niet bekennen, mer doen hy van God door den heyligen geest verlicht,

ende door de eruaringe recht geleert, ende also recht geloouich geworden was, sprac hy tot Christum: b Hjjn Heer, ende mijn Godt, welcke Ioan.20.d.28. bekentenisse Thome, niet totten Vader, maer tot Christum gesproken is,

ende daerom niet op den Vader, maer op Christum moet verstaen worden.

Item Paulus schrijft totten Collossensen, c dat door Christum Iesum Ioan. l.e. 3. alle dinc geschapen is (als ooc Ioannis int eerste geschreuen staet) ColloBs.l.b.16. dat inden Hemel, ende oock op Aerden is, dat sichtelijck ende onsichtelijc, het zijn Troonen oft Heerschappijen, oft Vorstendommen, oft Ouerheden, het is al door hem, ende in hem gheschapen,

ende hy is voor allen, ende het bestaet al in hem. d Daer toe so Colloss. 2. a 2. ligghen in hem verborgen alle Schatten der wijsheyt ende der kennisse Godts, ia de gantsche volheyt der Godheyt woont in hem lichamelijck. Daerom so getuycht de Apostel so claerlijck totten Hebr. 1. a. 3. Hebreen, e dat de sone alle dinc behout met de woorden zijnder cracht, ende // daer na, f als hy inuoert de eerste geboren inder Fol. 84 werelt, spreeckt hy: Alle Engelen Gods sullen hem aenbidden. Hebre. l.b.6. Maer wat dit voor een aenbiddinghe is, verclaert Christus seluer in Ioanne, ende seyt, 6 dat de Vader niemant en ordeelt, maer Ioan. 5. b. 22. heeft alle oordeel den Sone gegeuen, op dat si alle den Sone eeren,

gelijc als si den Vader eeren. Wie den Sone niet en eert, die en eert ooc den Vader niet, die hem gesonden heeft.

Item de Apostel schrijft ooc int selfde Capittel van het onderscheyt des Soons Gods ende der Engelen, ende seyt h dat Godt zijn Hebre. l.b. 7. Engelen tot geesten maect, ende zijn Dienaers viervlammen, maer totten Sone spreect hy: > God uwen stoel duert van eewicheyt tot Psalm.45.b.7. inder eewicheyt, de scepter dijns Rijcx is een oprechte scepter,

ghy hebt bemint de gerechticheyt, ende ghehaet de ongherechticheyt,

daerom heeft v God gesalft uwe God met de olie der vruechden

1) Het vernuft, d. de rede.

'2) Lees: verholentheyt.

Sluiten