Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de strijd met goed gevolg kan worden voortgezet. Hierop kan geantwoord worden, dat er misschien complicaties in Europa kunnen ontstaan. Maar dat is alles hoop zonder grond. Men kan ook zeggen, dat het toch wonderlijk is, dat wij tot op dit oogenblik zijn staande gebleven, en dat \v,j nog het recht hebben te spreken. Ja, het is wonderlijk. Maar moeten wij niet vragen: Zullen wij dat recht lang blijven behouden? — Men heeft gezegd : Tot den dood ! Dat wals mannelijk. Maar zegt meni dit niet misschien uit eerzucht? Is het doel niet soms, dat het nageslacht daarvan spreken en vertellen zal hoe dapper deze en die gestreden, heeft? Een ieder behoort zichzelven af te vragen, of hij het recht heeft liet volk op te offeren aan zijn eerzucht. Het is iets anders wanneer men als een martelaar sterft. — Is het volk niet nu gekomen in het tijdperk zijner geschiedenis, waarin het loeren moet te bidden: „Uw wil geschiede? Dat gebed, wel beschouwd, is eigenlijK een geloofsgebed, en men moet. zich niet inbeelden, dat men God dwingen kan zijn wil te doen, en dan zeggen, dat het geloof is. — Men vrage ook zichzelven af, wat er, bij volharding in den oorlog, en wanneer het laatste schot zal gevuurd zijn, van de vrouwen en kinderen en ballingen worden zal. Wij zullen dan het voorstel der Britsche Regeering verworpen hebben, en wat recht zullen wij hebben om voor die ongelukkigen intetreden ? Neen! Het is Gods wil misschien, opdat de trotschheid in ons nedergestooten worde, dat wij, verdrukt door het Engelsche volk, gemaakt zullen worden, wat wij moeten zijn. Zijne zienswijze is deze: I. Een behoorlijk vredesvoorstel te doen, waarin wij zooveel als mogelijk is afgeven. 2. Indien Engeland dat niet wil, dan moeten wij zien wat ons te doen staat. — Hij zegt dat men eindelijk letten moet op dit groote feit: Er zijn 10 districten in I ransvaal, die verlaten moeten worden. Er zijn ook eenige in den O. V. S. Nu is het de opinie van rechtsgeleerden, dat, als men in een district blijft, kan het eigendom aldaar niet geconfisceerd worden ; maar verlaat men zijn district, dan kan confiscatie plaats vinden. Het zal misdadig zijn indien wij zeggen: Kome wat wil, wij vechten voort totdat alles klaar en alles dood is.

Hierop wordt voorgesteld door Generaal Kemp, gesecondeerd door den heer J. Naudé : „De vergadering besluit, ten einde de werkzaamheden te bespoedigen, van de orde af te wijken en de Weled. heeren Generaal J. C. Smuts en Rechter Hertzog tot eene

Sluiten