is toegevoegd aan uw favorieten.

De strijd tusschen Boer en Brit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sta heelemaal dat het in de macht van Lord Kitchener en mijzelven is om over bijzonderheden met u verder discussie te voeren, met het doel opheldering te geven van eenig iets dat twijfelachtig moge zijn, en misschien veranderingen te maken die het schema niet fundamenteel zouden afïecteeren. Indien gij zegt dat uw voorstel niet tegenstrijdig is met het Middelburg voorstel, dan is er geen reden waarom gij niet uw voorstel op zijde zoudt zetten, en het Middelburg voorstel, dat definitief is, bespreken.

Rechter Hertzog: Ik geef heelemaal toe dat gij (Lord M.) gerechtigd zijt te zeggen dat er een fundamenteel verschil is tusschen onze voorstellen ; maar of dit voor het doeleinde waartoe wij hier bij e.kaar zijn, van zulk een aard is, dat wanneer wij van beide kanten genegen zijn vrede te maken, w.; dat niet zullen kunnen vinden waardoor wij beiden bevredigd zullen worden, en dat verder, wanneer wij dan op de basis door ons voorgesteld onderhandelen, hetzelfde resultaat niet zou bereikt worden, als wanneer wij op het Middelburg voorstel onderhandelen, dat kan ik niet inzien.

Lord M.: Ik versta dan dat gij toegeeft dat er een fundamenteel verschil is tusschen de twee bases. Wel, dan beschouw ik, dat wij niet gemachtigd zijn te onderhandelen op een basis verschillend van die neergelegd in het laatste bericht van Z. M. Regeering, en ook verschillend van die vervat in het Middelburg voorstel. Ik mag zeggen dat ik denk, dat in haar laatste boodschap Z. M. Kegeering zoover ging als het voor haar mogelijk was om U te ontmoeten. De geheele geest van het telegram was te dien effecte.

Hoofdcom. De Wet: Men moet verstaan dat als ik spreek, ik dit niet als een wetgeleerde doe. [Lord K. (lachend): 't Is hetzelfde geval met mij!] Ik stem ten volle in met wat Gen. Botha en Rechter Hertzog gezegd hebben omtrent onzen ernst om vrede daar te stellen ; maar om kort te zijn, moet ik zeggen dat ik niet verstond dat Zijne Exc. Lord Milner kon bedoeld hebben, zooals ik het ook niet beschouwde, dat wij naar het volk met het Middelburg voorstel gingen, met het idee om met datzelfde voorstel terug te komen.

Lord M.: Neen. Indien ik dien indruk gegeven heb, is het niet heelemaal wat ik bedoel. Maar ik denk dat gij naar het volk gingt met de laatste boodschap van Z. M. Regeering in uwe gedachten, en het duidelijk was uit deze boodschap, dat Z. M. Regeering niet