is toegevoegd aan uw favorieten.

Lief en leed in dienst der christelijke barmhartigheid, 1882-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouw, — niemand hunner kan noch wil dat te kort worde gedaan aan de eer, die alleen God toekomt. Hem, uit wien en door wien en tot wien alle dingen zijn, die de harten der menschen in Zijne hand heeft, en alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil. Het lied: »Den hoogen God alleen zij d'eer« is ons uit de ziel gegrepen, en zij, die in onze boeken staan aangeteekend als degenen, die veel hebben liefgehad, die veel gegeven en die veel gearbeid hebben, zij, ook zij willen in de uitkomsten van hun pogen de werken van Gods hand erkennen, en het is er ook hen op den blijden feestdag alleen om te doen, dat God voor alles geprezen worde als degenedie dit werk in het aanzijn riep, het in stand hield, trots wezenlijke, diepgevoelde bezwaren aan onze zijde, ja, het eene opmerkelijke uitbreiding schonk en het kennelijk tot grooten tijdelijken en eeuwigen zegen deed strekken van velen, die onder onze vleugelen een goede schuilplaats vonden, 't Is alles door Zijn alvermogen,

Door 's Heeren hand alleen geschied.

Van Hem was het begin, de goede gedachte, de sterke drang om zich het lot van ongelukkige toevallijders te gaan aantrek¬

ken; de innerlijke ontferming, waardoor sommigen »bewogen« werden, de vrucht van Zijn Geest, werkende in de harten Zijner kinderen, die het verstonden : Mij is barmhartigheid geschied.

De onvergetelijke Christenphilanthroop, Ds. O. G. Heldring, komt in aanraking met Jonkvr. A. J. M. Teding van Berkhout, spreekt eenigszins toevallig over het treurig lot

Jonkvrouw A. J. M. TEDING VAN BERKHOUT van epj]eptjci, met Wie Zijn

liefdearbeid hem in kennis bracht, wijst op de noodzakelijkheid, dat ook in hun belang iets in Nederland mocht