is toegevoegd aan uw favorieten.

De schoonheid van de vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve door de beenderen wordt de vorm van den arm dooide spieren bepaald. Aan den bovenarm is het voornamelijk de groote schouderspier, welke zich zijwaarts inschuift tusschen de van voren loopende buigers en de strekkers der achterzijde.

De spieren van den voorarm vormen gezamenlijk een regelmatigen kegel, welke het meest ontwikkeld is vlak onderden elle»oog en naar het handgewricht toe in dunnere pezen smal uitloopt.

Wanneer de spieren goed ontwikkeld zijn, moet zich dus cene gelijkmatige zijdelingsche ronding van den schouder, eene voorste en achterste ronding van den opperarm voordoen; de voorarm als een cylinder, die naar beneden smal toeloopt.

lerwijl te zeer ontwikkelde spieren en het uitkomen van enkele spierbundels aan ecu mannelijk voorkomen herinneren en daarom bij vrouwen een gebrek zijn, zoo moet anderzijds eene zwakke vorming der spieren van den arm, welke helaas! maar itl te dikwijls wordt aangetroffen, als een teeken van ongelijkmatige ontwikkeling van het lichaam eveneens als een gebrek beschouwd worden (vgl. Fig 64).

De huid, voornamelijk van den opperarm, is bij de vrouw zachter dan bij den man; de vetlaag is meer ontwikkeld, waardoor de arm een ronderen vorm heeft.

Daar echter meer ophooping van vet aan dei. opperarm en den schouder een teeken is van meer gevorderden leeftijd is een ronde vrouwenarm slechts dan schoon, wanneer men onder 'Ie huid de spieren kan herkennen.

Aan den elleboog en een weinig daarbeneden is de huid iets vaster aan de beenige onderlaag bevestigd, waardoor aan den voorarm daar ter plaatse eene geringe afplatting, aan den elleboog een kuiltje ontstaat dat bij gestrekten arm dieper wordt. Een schoonen vorm toont de linkerarm van Fig. <58.

Fig. 69 kan als voorbeeld dienen van een schoon gebouwden

arm met krachtig ontwikkelde en toch zachte, echt vrouwelijke vormen.

Eene kleine hand wordt als een teeken van schoonheid beschouwd. Van een anatomisch standpunt echter verlangen wij slechts, dat zij een negende van de lichaamslengte bedraagt. I)ê hand zal bij de vrouw in verhouding tot de lichaamslengte en den bouw van liet skelet altijd kleiner en sierlijker zijn dan bij den man.