is toegevoegd aan uw favorieten.

De hygiëne in het schoolleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het voorwerp die donker zijn, reduceeren de zilveroplossing niet, maar laten de oploss. helder, en zoo krijgt de photograaf zijn zoogenaamd negatief.

In het jaar 1876 werd ontdekt dat het netvlies van pas gedoode dieren purperrood is, maar dat die purperroode kleur reeds na zéér korten tijd verbleekte en dat die verbleekte kleur in het donker zich weer herstelde en purperrood werd. Een ander toonde aan dat het licht de eenige oorzaak van dat verbleeken was. Is nu de roode kleurstof, het gezichtspurper, onder invloed van het licht verbleekt, dan moet die roode kleur zich ook kunnen herstellen en dit heeft dan plaats in een van de diepere lagen van het netvlies. De scheikundige veranderingen nu die door het licht te voorschijn worden geroepen in het netvlies, bewerken vermoedelijk verdere veranderingen in de zenuwvezels, die voortgeplant worden door de gezichtszenuwen tot in de hersenen en eerst daar, in de groote hersenen, ontstaat het bewuste zien.

Zooals bekend is, kan iemand die normale oogen heeft, zoowel in de verte als dichtbij een voorwerp duidelijk zien. Er moet dus in ons oog een inrichting bestaan, waardoor het mogelijk is dat een scherp beeld op het netvlies gevormd wordt, onverschillig of het voorwerp in de verte of dichtbij geplaatst is.

Als een photograaf een scherp beeld wil nemen van een voorwerp dat dichterbij gelegen is, moet hij den afstand tusschen zijn lens en het matglas waarop het beeld wordt opgevangen, vergrooten. Hij kan dit bereiken door het matglas meer naar achter te schuiven of door zijn lens meer naar voren te brengen. Hij heeft echter ook een derde middel tot zijn beschikking en wel dit, dat hij vóór zijn lens een tweede, zoo noodig een derde lens aanbrengt, m. a. w. hij kan zijn lens dikker, sterker