is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houding verpligt zijn. doch alleen en bij uitsluiting nopens hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zondanig is toevertrouwd.

De gegrondheid der beweerde verpligting tot geheimhouding staat ter beoordeeling van den landraad.

1. R. art. 158. Indien de landraad van oordeel is. dat de zaak door een onderzoek ol'

een opneming deskundigen kan worden toegelicht, zal hij de lanigen, op verzoek san

partijen of van ambtswege, kunnen benoemen.

In dat geval wordt de regtdag bepaald, op welken de deskundigen bun verslag, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, zullen uitbrengen en beëedigen.

lot deskundigen zullen niet worden benoemd zij die als getuigen niet zouden mogen gehoord, of als zoodanig gewraakt zouden kunnen worden.

De landraad is in geen geval verpligt het door de deskundigen geuit gevoelen te volgen, indien deszelfs overtuiging daartegen strijdt.

I. K. art. '251. Indien de achtergebleven getuige behoorlijk is opgeroepen, kan de president, wanneer hij voldoende gronden vindt om het niet opkomen van den getuige aan diens onwilligheid toe te schrijven, gelasten dat de afwezig gehlevene op den naderen, voor de behandeling der zaak bepaalden regtdag, voor den landraad zal worden gebragt.

I. R. art. 252. Wanneer een getuige, zonder wettigen grond, weigert den eed al' te leggen, ol getuigenis der waarheid te geven, kan de president de zaak tot eene nadere teregtzitting, doch niet langer dan veertien dagen uitstellen.

In dat geval zal de getuige dadelijk op last van den president in gijzeling gesteld, en hij de nadere teregtzitting andermaal voor den landraad gebracht worden.

I. R. art. 253. Zoo de zaak niet is uitgesteld, of. in geval van uitstel de getuige bij ijne weigering volhardt, kan de landraad hem ter zake zijner onwilligheid veroordeelen tot gevangenisstraf ('). den tijd van écu jaar niet te boven gaande.

Artikel 316 en volgende zijn op deze vonnissen toepasselijk.

1. R. art. 254. De bepalingen van de drie voorgaande artikelen zullen niet worden toegepast, indien de niet opgekomen of weigerachtige getuigen zijn Europeanen of daarmede gelijkgestelde personen.

Ten aanzien van de zoodanigen zal worden gehandeld overeenkomstig de voorschriften, vervat in de artikelen 134, 135 en 136 van het Reglement op de strafvordering voor de raden van justitie op Java, enz.; met dien verstande, dat de president van den landraad alleen en zonder eenige medewerking der leden, of beinoeijingen van het openbaar ministerie, de bij die artikelen aan den raad van justitie verleende regtsmagt uitoefent, gelijk mede dat de aan het slot van artikel 135 van gemeld reglement verleende bevoegdheid tot verzet, vervangen wordt door die tot het instellen van hooger beroep aan den r.iad van justitie, indien de opgelegde boete de som van vijl en twintig gulden te boven gaal.

I. R. art. 255. Indien het geval voorzien bij artikel 253. zich voordoet ten aanzien van eenen als getuige opgeroepen Europeaan ol' daarmede gelijkgestelde!) persoon, zal de president van den landraad \au de plaats gehad hebbende weigering door den grillier aanteekeninj doen houden op liet proces-verhaal der teregtzitting, en een uittreksel \au dit proces-verbaal onverwijld ter vervolging doen toekomen aan den officier bij den raad van justitie, binnen welks ressort de landraad gehouden wordt.

I. R. art. 264. Elke getuige blijft, na het alleggen zijner getuigenis, hij de teregtzitting tegenwoordig, ten ware de president hein mogt vergunnen zich te verwijderen.

Die vergunning zal niet worden verleend, indien de hoofddjaksa of de beklaagde verlangt, dat de getuige ter teregtzitting aanwezig blijve.

De getuigen mogen op de teregtzitting niet met elkander in woordenwisseling treden.

I. R. art. 265. Gelijkluidend met S. V. art. 145.

(') Ingevolge bet bepaalde bij art. 11, S, R. 1. wordt deze straf veranderd in dwangarbeid buiten den ketting.