is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lidd, evenals de Raad van Justitie, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van tiet O. M., of verzoek van den beklaagde. Daarop volgt dan een strafvervolging tegen den getuige (S. V. art. 155; I. R. art. 274).

Voor den deskundige geldt dit alles, indien opzettelijk de door hem aan liet voorwerp van onderzoek waargenomen feiten onwaar worden voorgesteld en indien opzettelijk verkeerde conclusiën er uit getrokken zijn. Fouten gemaakt door domheid, slordigheid enz., kunnen bij ambtenaren leiden tot administratieve maatregelen, doch kunnen niet door den rechter bestraft worden.

In de artikelen S. V. 148 en I. R. 268 is bepaald, dat men zich op grond van het zgn. beroepsgeheim kan versrtioonen van hel afleken van getuigenis.

De eed voor den Inl. arts, omschreven in art. 27 van Staatsblad 1902, n . 445, luidt nl. voor de Christenen:

•Ik zweer (beloof), dat ik de genees-, heel- en verloskunde volgens de

• daarop wettelijk gestelde bepalingen naar mijn beste weten en vermogen zal

• uitoefenen en dat ik aan niemand zal openbaren, wat in di% uitoefening als •geheim mij is toevertrouwd of Ie mijner kennis is gekomen, tenzij mijne

• verklaring als getuige of deskundige door den rechter gevorderd of ik

• anderszins tot het geven van mededeelingen door de wet verplicht word".

\oor den Nederlandschen arts is de; beroepseed niet geheel woordelijk hetzelfde, doch de beteekenis is wel dezelfde, terwijl de Mohammedanen met het volgende formulier heëedigd worden:

.Wallahi demi Allah -saja hersoempah akan mendjalankan pekeredjaan

• saja dengan adil dan barang pendapatan saja dalam pekeredjaan saja tahib -pada orang2 jang diperiksa badannja wadjib alas saja menjimpan rahasiannja ' kapada barang siapi jang lida perloe diberi tahoe; maka djika saja melanggar

• soempah ini, saja larima hoekoeman Allah taala".

Duidelijk is dus gezegd, dal wij niet liet recht hebben, om het geven van inlichtingen aan den rechter Ie weigeren. Schending van het ambtsgeheim tegenover liet publiek is echter strafbaar (S. R. I en S. R. E. art. 296).

S. R, E. en I. art. 296. De geneesl ren, 1 lmeesters, apothekers, vroedvrouwen en

alle andere personen, uithoofde van hunnen staat of hun beroep kennis dragende van hun toevertrouwde geheimen, die buiten de gevallen, waarin zij daartoe wettig zijn verpligl die geheimen openbaren, worden gestrafl mei

gevangenisstraf | dwangarbeid builen den ketting

van eén tot zes maanden en geldboete van vijftig tot iwee honderd vijftig gulden.

Joch zijn er medici, die de meening zijn toegedaan, dal zij zelfs tegenover den rechter moeten zwijgen en wel op grond van hel bepaalde in S. V. art. 1+8 en I. R. 268. In die artikelen wordt in liet 2dc lid echter duidelijk gezegd, dal de beslissing omtrent de geldigheid aan den Raad van Justitie, den Landraad (voor Inlanders) of den president van den Landraad (voor Europeanen) is overgelaten. Beroept men zich op zijn beroepsgeheim en zegt de rechter