is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l'it hot gedroogde en veranderde bloed lost men de kleurstof op, verandert tiaar in zoutzure haematine of liaernine en laat deze stof uitkristalliseeren.

Zetelt de vlek op goed dan handelt men liet zekerste als volgt:

He vlek, of een gedeelte er van, imbibeert men met zoo weinig mogelijk physiologische zoutoplossing op een objectglas en drukt de vloeistof na 1 of meer uren er uit met den rug van een mesje, een glazen staafje of iets dergelijks, waarbij men te zorgen heeft, dat het vocht zich over een zoo klein mogelijk oppervlak uitbreidt. Daarop laat men de vloeistof verdampen ; hiertoe mag men het objectglas hoogstens zoo sterk boven een spiritusvlam verwarmen, als de handrug dit verdraagt (onder de (iü'J.

Op de ingedroogde, dunne, roode, met keukenzoutkristallen bedekte laag zet men met een uitgetrokken glazen staafje in het midden een klein druppeltje i/.v-azijn (deze moet watervrij zijn !), en verwarmt het praeparaat weder, waarbij de temperatuur wel hooger dan 60° mag zijn. doch niet liet kookpunt mag bereiken. Men moet ouk oppassen, dal bet zuur zich niet buiten de grenzen van de kcukenzoutvlek uitbreidt. Er ontstaat dan een roode zoom om den ingedroogden druppel keukenzoutoplossing, en hierin moet men de haeminekristallen zoeken. Dit gelukt echter niet vóór men eenige malen achter elkaar een druppeltje ijs-azijn heeft toegevoegd en doen verdampen. Men controleert het geheele proces telkens onder den mikroskoop door de zich vormende concentrische roode zoomen te onderzoeken; men gaat door, totdat men duidelijk gekleurde kristalletjes ziet.

De haeminekristallen zijn zeer wisselend van grootte (1—20 p en meer) en vorm, doch heelt men ze eens goed gezien, dan herkent men ze altijd.

Alleen is verwisseling mogelijk met indigokristallen, welke er volkomen naar vorm èn kleur op kunnen gelijken (Descout, Vibert). Dit is voor Indië natuurlijk zeer gewichtig. Blauwe kleeren, waarop men bloedrood zoekt, moet men eerst onderzoeken op een plek, waar zeker geen bloed zit, om te zien, of er op de aangegeven wijze indigokristallen uit ontstaan; is dit zoo, dun is in dal geval de mikrncheinische methode vim Teichmann niette gebruiken

Zetelt de vlek op hout of metpal. of is zij op goed zoo dik, dat men er het bloed kan ai krabben, dan is de zaak veel eenvoudiger. Men behoeft dan slechts het afschraapsel in ijs-azijn fijn te verdeden, een korreltje keukenzout toe te voegen en onder dekglas tot alle vloeistof verdampt is te verwarmen en het praeparaat is klaar. Zeer oude vlekken op goed behandelt men op dezelfde wijze, na de vlek door koken in ijs-azijn geêxtraheert te hebben.

Hoest en vele metaalzouten, alsmede zweet en vet, verhinderen deze reactie.

Rottend bloed, dat ingedroogd is, geeft soms nog positieve resultaten.

h. Spectroskopisclie methode.

Men tracht uit de verdachte vlek het min of meer veranderde bloedrood op te lossen ; de oplossing moet zorgvuldig gefiltreerd worden en zoo mogelijk volkomen doorzichtig zijn. De oplossing doet men in een glazen vat, zonder strepen en (linten, het best in een met evenwijdige, geslepen wanden. De oplossing mag niet te slap en niet te sterk zijn, omdat men dan ól geen absorptiestrepen krijgt óf deze niet ziet, doordat het geheele spectrum verduistert! is. Voor vaten met een vloeistofdikte van 0.5 cM. moet de kleur der oplossing zijn als die van een kembang koepoe*. Hoe slapper oplossing hoe dikker laag men moet gebruiken; door spontane verdamping kan men de oplossing geconcentreerder maken.

Als spectroskoop kan men het in de kliniek gebruikte zakspectroskoopje van Browning gebruiken. Men gebruikt daglicht en moet door het regelen van de wijdte der spleet en door verschuiven van het oculair het spectrum met zijn fraunhofer'sche strepen scherp instellen. Men heeft rekening te houden met C in rood, D in geel (natriumlijn) en E in groen.

Al naar gelang van den ouderdom van de vlek is de kleurstof en daarmede de kleur verschillend.

Versche vlekken zijn rood of bruinrood dooi' haemoglobine en methaemoglobine, beide oplosbaar in water en indiflerente zoutoplossingen. Oude vlekken zijn hiuin tot grijsbruin en bevatten haematine, dat alleen in zuren en alkaliën oplost.