is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Is de maag sterk veranderd en heeft men voor perforatie bij het manipuleeren te vreezen, dan opent men bij de inspectie der buikholte haar in situ over een klein gedeelte van de curvatura major en vangt den inhoud in een flesch of kommetje op. Is de maag reeds geperforeerd dan wordt de inhoud- uit het cavum peritonaeï geschept en bewaard.

5. Bij de sectie van de buikholte begint men met den darm uit het lijk te verwijderen, na dubbele onderbinding en doorsnijding, tusschen de ligaturen, van de flexura duodeno-jejunalis (na lossnijding van liet colon transversum van zijn mesenterium) en van het colon rectum.

De darminhoud wordt, door den darm tusschen de vingers door te halen, weggestreken en in een flesch opgevangen. Daarna wordt de darm op de gewone wijze geopend en onderzocht; het slijmvlies wordt echter niet afgespoeld doch, zoo noodig, door zachtjes strijken met het mes schoongemaakt. Na het onderzoek wordt de darm in dezelfde flesch als zijn inhoud gedaan.

6. Daarna verwijdert men oesophagus (klieven van het diaphragma tot aan den hiatus oesophageus; ligatuur van den slokdarm op die plaats; doorsnijding boven de ligatuur), maag en duodenum en onderzoekt ze op de gewone wijze. De inhoud van maag en duodenum wordt met de organen zelve in de darmflesch bewaard; men kan de maag boven de flesch openen of haar door een helper aan de curvatura major laten optillen, deze langs een gedeelte openen en den inhoud er met een kopje uitscheppen.

7. Milt, nieren, lever en bekkenorganen worden daarna op de gewone wijze uitgesneden, onderzocht en bewaard. Van de lever, door evenwijdige sneden in plakken van 3 c.M. dikte verdeeld, bewaart men minstens de helft in een aparte flesch; de overige organen te zamen in één flesch.

Vóór dat men de bekkenorganen uitsnijdt ontlast men met een katheter de urine, welke afzonderlijk bewaard moet worden. Bij lijken van vrouwen gebruikt men het best een zeer dikken katheter en knijpt men de vulva er om heen dicht, daar anders de urine, bij het leegdrukken van de blaas, allicht langs hem wegvloeit en daardoor verloren gaat.

In het algemeen bewaart men beter te veel voor een nader onderzoek dan te weinig.

Men neemt liefst nieuwe, wijdmondsch stopflesschen, van minstens 2 L. inhoud, welke 3-maal met gedestil'eerd water worden omgespoeld. Zijn er alleen oude flesschen te krijgen, dan moeten zij eerst met sterk C1H, dan met gewoon water en ten slotte 3-maal met gedestilleerd water omgespoeld worden. Men roept de hulp van zijn lastgever in om de flesschen en de noodige hoeveelheid conservatievloeistof tot zijn beschikking te hebben. Men doet echter goed en verstandig met altijd een 8-tal flesschen en eene ruime hoeveelheid formaline in voorraad te hebben om bij oproeping onmiddellijk gereed te zijn.

Als conservatievloeistof moet men 3-maal het volume der te bewaren massa aan een ongeveer 4 %-formaldehyde-oplossing gebruiken: deze