is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. STOMATITIS SUPERFICIALIS.

Bij rookers en bij acute febriele exantlieinatische ziekten bestaat gewoonlijk een katarrhale ontsteking van het mondslijmvlies: hierbij komt het vaak tot eigenaaidige Kleine, witte vlekken op de achtervlakte der lippen, aan het tandileesch en aan het palatum molk", deze vlekken worden ook constant gezien bij het begin van een stomatitis mercurialis.

'Waar zij afhankelijk is van een acute febriele exanthematische ziekte (typhus abdominalis!) is zij gemakkelijk als zoodanig te herkennen, omdat daarbij andere afwijkingen in het lijk voorkomen, welke het bestaan van de primaiie ziekte aantoonen; ook pleegt daarbij de tong een roode punt en roode randen te hebben, terwijl het midden van den tongrug bijna zwart en gebai sten is. Moeilijkheid bestaat slechts bij de aandoening, welke bij gezonde rookers voorkomt, want een stomatitis mercurialis is te herkennen door het gelijktijdig voorkomen van de andere teekenen van een kwik-intoxikatie.

Het uitsluitend voorkomen der afwijking in de mondholte vrijwaart ons echter ook bij den vorm van de rookers tegen vergissingen.

3. LEUKOPLAKIA ORIS.

Bij volwassen mannen, speciaal bij rookers, komen niet zelden onregelmatige, scherp begrensde, melkwitte, glanzende vlekken en strepen, welke soms een zeei giilligen vorm hebben (z.g.n. landkaartachtig adspect), op het slijmvlies van de wangen, de tong en den binnenkant der lippen voor. Zij zijn door fijne scheurtjes in het epitheel verdeeld in polggonale veldjes en berusten op een verdikking en verhoorning van het epitheel. Zij zijn des te witter en des te dikker naarmate het proces ouder is; zij kunnen dan zelfs iets uitpuilen en voelen duidelijk vaster aan dan liet gezonde slijmvlies. Het adspect is typisch en verder ontbreken veranderingen in de keel, in den oesophagus en in de maag, waardoor de diagnose gemakkelijk is.

•4. PLAQUES MUQUESES.

In het begin doen deze zich voor als witte, opake of paarlmoerachtig glanzende vlekken, welke overal in de mond-keelholte kunnen voorkomen, doch vooral gezeteld zijn aan de tong (rug, ondervlakte, randen en punt), op de tonsillen, de arci palatini en aan de mondhoeken. Gemakkelijk echter is de herkenning doordat er tevens een algemeene succulente lymphklierzwelling en allicht andere secundaire verschijnselen (exantheem; condylomata lata) bestaan, misschien nog een primair affect. Door het uitsluitend voorkomen in de mondkeelholte en niet lager in den tubus digestorius en deze kenmerken is de aandoening voldoende gekarakteriseerd.

5. PLAQUES OPALINES.

Deze meer in het bijzonder bij mannen met oude lues, in den vorm van witte, paarlmoerachtige vlekken, voorkomende aandoening, is direct te