is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welkt; echter nog niet tot de traumatische neurose als zoodanig mogen worden gerekend. De eerste dagen na het ongeluk ziet men niet zelden bestaan: excitatie, slapeloosheid, hoofdpijn, agitatie, bevingen, enz. Minder dikwijls ziet men, dat direct na het ongeluk een droomtoestand ontstaat, waarin de lijder op een automaat gelijkt, d. w. z. nog wel allerlei gecompliceerde bewegingen uitvoert, doch slechts zulke, waarbij niet nagedacht behoeft te worden; hij zal bv. na de mishandeling naar huis gaan, zich uitkleeden en naar bed gaan, zonder één woord tot zijn omgeving te zeggen. Dit alles kan in den loop van een paar dagen volledig verdwijnen en behoeft niet per se door het uitbreken van de traumatische neurose te worden gevolgd.

Eenmaal tut ontwikkeliaij (jekomen, vertoont deze ziekte echter een scherp ontschreven ziektebeeld, zoodot men van te voren met vrij groote zekerheid weet, welke kladden na elkaar zullen worden (jeuit.

Dit is zeer belangrijk met het oog op het aantoonen van simulatie, welk bedrog niet zelden wordt gepleegd, om te trachten een schadeloosstelling toegewezen te krijgen; gelukt dit, dan verdwijnen soms in eens alle klachten. Dit is echter nog geen bewijs, dat simulatie in het spel was, daar met de rechterlijke beslissing ook de psyche tot rust kan komen en daardoor het denken aan het ongeluk kan verdwijnen. Soms echter treedt onder deze omstandigheden allesbehalve genezing in; integendeel, men ziet af en toe, dat de lijder van af dat oogenblik achteruit gaat en na een paar jaar aan kachexie bezwijkt.

In de allerlichtste gevallen vertoont de zieke slechts geringe psychische afwijkingen, zóó gering, dat hij nog in staat is zijn werk te verrichten, zonder echter geheel de oude van vroeger te zijn. Hij heett minder lust in zijn werk, is minder goed gehumeurd, is wat zenuwachtig, onrustig, dioefgeestig en prikkelbaar; hij gevoelt zich ongelukkig en is tot op zekeie hoogte een last voor zijn omgeving.

In ernstiger gevallen en wanneer het beeld volledig is ontwikkeld en alle, of althans de meeste der opgesomde, verschijnselen aanwezig zijn. heeft men beslist met een minderwaardig individu te maken, dat niet meer in staat is goed zijn gewone werkzaamheden te verrichten en zijn plichten

naar behooren te betrachten.

Het volgende, door Moebuis (1882) medegedeelde, geval kan als typisch voorbeeld dienen.

Een tot nog toe volkomen gezonde, krachtige, 40-jarige man werd bij een spoorwegongeluk van de bank geslingerd, zonder dat h\j hierdoor echter z\jn bewustzijn verloor. Eenige stations verder begon hij zich onwel te gevoelen en brak zijn reis af. Den llden dag na het ongeluk was zijn houding stijf, zÜn voorzichtig, bestond stijfheid van den nek en van de wervelzuil en pijnlijkheid van de borstwervels, waarbij spoedig paresen kwamen, zoodat h\j zijn werk moest opgeven.

Drie jaren later constateerde Moebuis: alle bewegingen geschieden moeilijk, vooral liet opheffen der armen, liet strekken van de onderbeenen en het buigen van de wervelzuil. H\j loopt voorzichtig, onzeker. Het onderbeen geraakt in trekkingen door liet bekloppen van het lig. patellae. I'ijngevoel en dat voor den elektrischen stroom, evenals