is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldt ook voor de voedselintoxikaties; ook hierbij is vooral een slepend nier- en leverlijden voor liet tot stand komen ervan van het allergrootste gewicht C1).

Al geeft derhalve, blijkens de ervaring, het nuttigen van rot vleesch en rotte organen zelden aanleiding tot het ontstaan van (per os) giftige ptomatienen, zoo is de mogelijkheid hiervan niet uitgesloten, omdat het Bacterium vulgare [bl. 151 (2)) onder bepaalde omstandigheden, b.v. bij anaëroben groei (vleesch in blik), giftiger en resistenter ektotoxienen levert dan onder gewone, aërobe omstandigheden, o.a. het zeer giftige sepsiene (3). Het beeld, dat experimenteel, door intraveneuze injectie hiervan, bij dieren

(') Hoe belangrijk de func tie van de normale lever is bjj liet tegengaan van voedselintoxikaties blijkt uit liet volgende. Soms gelukt het honden, bij welke een EcK'sche fistel is aangelegd, gedurende langen tjjd in leven te houden. Alles gaat goed zoolang Ai met melk en brood worden gevoederd. Zoodra men ze echter vleesch geeft, worden zij ernstig ziek, omdat de giftige producten, welke uit het vleesch in den darm ontstaan, niet meer, zooals bjj normale honden, door de lever onschadelijk worden gemaakt.

Men kan verwachten, dat een zieke lever haar ontgiftende functie, ten opzichte van abnormale giftige verbindingen, in den darm ontstaan 1 >|j de decompositie van eiwit, minder goed zal verrichten dan een normale lever, waardoor liet is te begrijpen dat een persoon, lijdende aan een leverziekte, eerder een voeselintoxikatie zal krjjgen door het nuttigen van rot vleesch dan een normaal mensch met een gezonde lever.

(2) Het Bad. vulgare wordt vaak met andere namen benoemd: Proteus vulgaris, Proteus Hauseri, Proteus, Bacillus vulgaris, Bac. proteus vulgaris, Bac. albus cadaveris, Urobacillus liquefaciens septicus, Bacillus foetidus ozaenae. De Franschen gebruiken nog wel eens den ouden naam, waaronder Cohn deze mikrobe het eerst beschreef: Bacterium termo.

(3) Sepsiene werd het eerst uit rottende biergist afgezonderd (1868) ; het kan derhalve ook in rottende, niet-dierlijke stoffen voorkomen, evenals het zeer giftige nenriene en het weinig giftige choliene. Het sepsiene geeft met de drie meest gewone alkaloïdreagentia geen neerslag (*).

In dierexperimenten is gebleken, dat men (door intraveneuze injectie met sepsiene) de dieren ertegen kan innnuniseeren, een feit dat vermoedelijk het ongestraft nuttigen van uitsluitend rottend dierlijk voedsel, zooals dat bij sommige volkeren voorkomt, kan verklaren. Sepsiene geeft in dierproeven diffuse liyperaemie van de buikingewanden en ekchyumsen in het nlijmrlies van het maagdarmkananl, met secundaire ulcera, doch zonder zwelling van liet lymphoïde apparaat van den darm; bij kleine dosis zijn de hyperaemie en de ekchymosen beperkt tot de pars pylorica van de maag, tot het duodenum en tot het rectum. Terwijl het ineerendeel der ptomatienen geen anatomische afwijkingen geeft, doet sepsiene dit derhalve wel.

Gebleken is verder, dat de ongezuiverde extracten van rottende dierlijke stoffen, door de aanwezigheid van andere, meer samengestelde eiwitachtige lichamen, veel giftiger werken dan de chemisch zuiver afgescheiden ptomatienen; daarom moet met een zuiver product worden geëxperimenteerd (dl. II, bl. 150). Dit feit is ook gewichtig ten opzichte van de „levende vergiften" van Sumatra (dl. II, bl. 347, noot 2); in foro zal echter, gelet op de mogelijkheid van voedselintoxikatie, welke practiscli altijd bestaat,

(*) Deze •'( reagentia zijn: kaliumkwikjodiede, phosphorwolfraam- en -molybdeenzuur. W(j vestigen hierop de aandacht, met het oog op het kritisch kunnen beoordeelen van het rapport van den scheikundigen expert (dl. II, bl. mal).