is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Goede versche Tlsch heeft glanzende, vastzittende schubben, heeft overal een raste consistentie, de oogen hebben een doorzichtige, glinsterende cornea, puilen uit en zijn vast. De anus is stevig gesloten. De kieuwen zijn helderrood. Het vleesch is op doorsnede wit of lichtrood en glanzend, van zee visch min of meer droog. De reactie ervan is zuur. De visch ligt vlak op de hand en zinkt in water. Zij heeft de echte vischgeur.

Goede visehwaren moeten, wat adspect, reuk. consistentie en reactie betreft, beantwoorden aan de eischen, welke in verband met de wijze van conservatie mogen worden gesteld. Voor de velerlei soorten kunnen deze niet gedétailleerd worden aangegeven; alleen teekenen w\j aan, dat ook de reactie van gebakken en gestoofde visch in blik duidelijk zuur moet zijn.

Ofschoon er volksstammen bestaan, welke bij praeferentie en zonder ooit nadeel ervan te ondervinden rotte visch eten en aan het genot hiervan derhalve in het algemeen geen groote gevaren voor de gezondheid en voor het leven verbonden kunnen zijn, zijn er toch in de litteratuur vele gevallen van intoxikatie door bedorven vischconserven te vinden, waaronder meerdere met een lethaal verloop.

Waar het nuttigen van bedorven visch schadelijke gevolgen heeft, zijn deze in het algemeen ernstiger dan na dat van bedorven vleesch van zoogdieren.

Dit feit vindt een verklaring hierin, dat opzettelijk onderzoek heeft geleerd, dat door de gewone rottingsmikroben uit liet vleesch van zoogdieren over het algemeen minder giftige ptomatienen worden gevormd dan uit dat van visch. Zoo heeft men uit rotte visch geïsoleerd het zeer giftige ptomcitomuskariene en het op ongeveer dezelfde wijze, doch zwakker werkende neuriene, liet weinig giftige mydatoxiene, met een zwakke curare-achtige werking en het uiterst giftige ptowatropiene ('). Koken vernietigt in de meeste gevallen deze ptomatienen niet. Verder heeft men gezien, dat het Bact. vxdgare en het Bact. coli uitmuntend op visch gedijen en dan ook vermoedelijk voor de productie der giftige ptomatienen aansprakelijk moeten worden gesteld; herhaaldelijk heeft men bij vischintoxikatie liet eerste gevonden.

Uit den aard der zaak zijn zij in het lichaam van, zelfs versche, zoetwatervisch al heel licht aanwezig; misschien is dit wel altijd het geval.

In liet algemeen ziet men na het gebruik van bedorven visch nog het meest een min of meer hevige, acute gastro-enteritis, den z.g. ichthyismus

(•) Het lijkmuskariene (dl. II, bl. 364, noot 4) werkt als het echte muskariene, dat in sommige soorten van giftige paddenstoelen voorkomt; het geeft een beeld, dat het tegengestelde is van dat van een atropiene-intoxikatie en dat bestaat in vagusprikkeling (bradykardie), prikkeling van alle secretorische zenuwen (salivatie, enz.), en in prikkeling van den n. oculomotorius (accomadatiekramp en maximaal vernauwde pupillen).

Het ptoinatropiene (dl. II, bl. 377; dl. III, noot op bl. 166) werkt, zooals de naam aanduidt, ongeveer als atropiene (dl. II, noot op bl. 369) en veroorzaakt: mydriasis, verlamming van de accomodatie, diplopie, ptosis, verminderde secretie van speeksel en slijm, arterieele hyperaemie en zwelling van het slijmvlies van mondkeelholte, kramp van de pharynxspieren, gestoorde digestie en angstgevoel. De mydriasis berust op centrale verlamming; indruppeling in het oog veroorzaakt haar niet.