is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgemerkt, dat de verkleuring der huid, tengevolge van bloeduitstortingen, niet dadelijk zichtbaar behoeft te zijn, doch eerst na een paar dagen kan optreden en dan direct groen kan zijn (dl. I, bl. 100).

2. HET AANTOONEN VAN SPERMA.

Dit moet steeds worden beproefd in gevallen van verkrachting (en van andere aanranding der eerbaarheid), wanneer eenige vlek gelijkt op, of ook slechts eenigszins herinnert aan, een spermavlek. Het aantoonen van sperma kan in sommige gevallen het eenige materieele bewijs zijn van het gepleegde misdrijf, zoodat men groote waarde eraan moet toekennen.

Het sperma kan niet alleen in en op het lichaam van de vrouw worden aangetroffen, doch ook in het vertrek of op de plaats, waar het misdrijf werd gepleegd; eveneens natuurlijk op het lichaam en de kleeren van den verkrachter. Dat het regelmatige baden, met het verwisselen van kleeren en het tjebok der vrouw na de mictie, nadeelige factoren zijn voor het vinden ervan, ligt voor de hand. Daarom is het feit. dat bij misdrijven tegen de zeden zoo licht levenlooze voorwerpen ermede worden bezoedeld, van het grootste belang en moet men hierop ten zeerste zijn aandacht vestigen.

Op slijmvliezen (vagina, uterus en rectum) is sperma met liet bloote oog niet te zien, zoodat zjj moeten worden afgespoeld, resp. afgeschraapt; liet praeparaat moet in drogen toestand, tot nader onderzoek op spermatozoïeden, worden opgezonden. Bij de levende vrouw dient liet onderzoek zich te beperken tot de vagina, bij het lijk strekke het zich ook uit tot de canalis cervicis uteri, tot het cavuin uteri en tot de tubae uterinae. Reeds 30 minuten post coïtum zijn spermatozoïeden in den uterus gevonden. Dat zjj nog 2—3 weken in de normale vrouwelijke geslachtsdeelen in leven kunnen blijven, in de tubae zelfs nog wel iets langer, verlieze men niet uit het oog; allicht zijn zy bij een vrouw van een vorigen coïtus afkomstig.

Slechts korten tjjd na den coïtus zijn de spermatozoïeden in vagina (') en uterus te herkennen. In de vagina stolt het sperma eerst tot een gelei-achtige massa, om na eenige uren te vervloeien; hierdoor kan het door loopen en vooral door djongkok afvloeien, hetgeen ook direct na den coïtus kan gebeuren. Vooral door het tjebok in hurkende houding kan de vagina, althans het onderste gedeelte ervan, worden gereinigd van sperma.

Op de huid (buik, perineum, dijen der vrouw) herinnert ingedroogd sperma aan een vliesje opgedroogd kollodium, doch door het schuren der kleeren vormt het spoedig kleine, witte, glinsterende schubjes.

De schaamharen kleven tot kleine bundeltjes aanéén, waarbij het sperma zich als een grijze massa voordoet.

(') Door verschillende onderzoekers werden zjj soms reeds spoedig niet meer, door anderen soms nog laat wel aangetroffen; verschillende, niet nader aan te geven omstandigheden zijn blijkbaar van invloed erop, zeker de reactie van het vaginaalslijm. Veel doet dit alles in de practjjk niet ertoe, daar men in praxi nooit (zoo goed als nooit) het vermeende slachtoffer zóó vroeg zal kragen te onderzoeken, dat het zoeken naar spermatozoïeden in het genitaal secreet iets zal opleveren. Daarvoor duurt het veel te lang vóórdat de politie of justitie ermede te maken krijgt en de hulp van den deskundige wordt ingeroepen.

In het ljjk gelijkt het vaginale slijm niakroskopisch op sperma; mikroskopiscli onderzoek, gericht op het aantoonen van spermatozoïeden, is derhalve steeds ncodig.