is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Maar vanuit datzelfde gezichtspunt is ook de rechtstreeksche toepassing der gemodificeerde GuxzEiT'sche reactie ook geheel te verwerpen, aangezien dan ook later bij de inwerking van het zink slechts sporen arseenwaterstof te voorschijn komen.

Om bovenstaande redenen moet bij het onderzoek van ijzer op arsenicum een geheel gewijzigde methode van onderzoek worden toegepast en wel:

öf le. naar de Engelsche commissie (zie Ph. Weekbl. 1904,bl. 1008) de destillatiemethode met sterk zoutzuur enz. worden toegepast, waardoor As als vluchtig AsC13 gescheiden wordt van het ijzer;

öf 2e. volgens de Amerikaansche Pharmacopee het onoplosbaar residu dat bij behandeling met verdund zwavelzuur overbluft en dat eventueel ijzerarsenide kan bevatten, onderzoeken na oplossing in HCl-f-KCIO, met de gemodificeerde gutzeu'sche reactie, waartegen bij aanwezigheid van dit spoor ijzer geen bezwaar bestaat;

of 3e. volgens de Duitsche Pharmacopee na oplossing met behulp van HC1+KC103 reageeren met bettendorf's reactief, waardoor men de moeilijkheid aan de ontwikkeling van AsH, bij aanwezigheid van ijzer verbonden, ontgaat. (Zie hiervoor ook peck, Zeits. f. mal. Cliem , Ref., 1906, bl. 587.)

Ferrum reductum.

Aan de beschrijving van dit preparaat is in de nieuwe Pharmacopee toegevoegd de eigenschap dat het met een brandend voorwerp aangeraakt begint te gloeien en voortgloeit tot het geheel in een zwart poeder is overgegaan. Men meene evenwel niet dat deze eigenschap van in de lucht te kunnen verbranden tot ijzerhamerslag (Fea04) alleen aan dit door reductie bereide ijzer toekomt. Men voert de proef het geschikst uit in een porseleinen schaaltje waarin het ijzerpoeder met een lucifer kan aangestoken worden en dan voortgloeit vooral wanneer men door beweging van de massa telkens een versch oppervlak lucht aanbiedt. Maar dan blijkt dat ook Perrum pulveratum dezelfde eigenschap vertoont en bij deze oxydatie ook zelfs quantitatief nagenoeg dezelfde gewichtsvermeerdering oplevert. 1 G. Ferrum reductum gaf mü éénmaal 110 mG., een ander maal 130 mG. gewichtsvermeerdering; terwijl 1 G. Ferrum pulveratum een toename gaf van 110 mG. In beide gevallen was de oxydatie tot Fe304 nog een zeer onvolledige.

Ik vestig de aandacht op dit feit omdat de nieuwe Pharmacopee ook geen enkele waarborg biedt dat men niet in plaats van Ferrum reductum een kunstmatig mengsel van Ferrum pulveratum met doodekop (FejCX,) of ijzerhamerslag (Fe^04) inkoopt, in zoodanige verhouding met elkaar vermengd dat men het verlangde gehalte van 84,6 pCt. metallisch yzer nabykomt. Want het onderscheid tusschen Ferrum reductum en pulveratum bestaat in de Pharmacopee verder slechts in het lagere ijzergehalte.